Geestelijke gezondheid is een erg complex begrip. Dit zorgt er ook voor dat het niet zo gemakkelijk in kaart te brengen is. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het meten van mentaal welbevinden en geestelijke gezondheid veel facetten heeft.  

Wanneer je cijfermateriaal uit bestaand onderzoek wil vermelden of wanneer je geestelijke gezondheid zelf in kaart wil brengen, is het daarom raadzaam om na te gaan welke aspecten ervan behandeld worden of welke aspecten je zelf wil behandelen. Op die manier vermijd je appelen met peren te vergelijken.

De dubbel-continuüm benadering kan houvast bieden: het helpt om te bepalen of je enkel positieve geestelijke gezondheid (welbevinden, vitaliteit, …) dan wel klachten, problemen of eventueel stoornissen wil bevragen, of beide.

Ook een subjectieve evaluatie van (de kwaliteit van) het leven (levenstevredenheid) of gevoelens (dagelijks affect) kan een meerwaarde zijn. Voor een volledig beeld, breng je ook best in kaart hoeveel ‘last’ bepaalde klachten teweegbrengen. Komt iemands dagelijks functioneren onder druk te staan? Merkt de naaste omgeving problemen op of is er een impact op de relaties met andere mensen?  

Dit zijn enkele instrumenten die gebruikt kunnen worden om geestelijke gezondheid in kaart te brengen. Al deze instrumenten werden uitgebreid onderzocht en gevalideerd. 

Tweevoudige continuum model


Vragenlijsten die positieve geestelijke gezondheid in kaart brengen

Vragenlijsten gericht op het screenen van klachten en problemen