Tips voor ouders (help, mijn kind rookt!)

Hoe jonger pubers beginnen met roken, hoe groter de kans dat ze blijven roken. Kinderen en jongeren zijn uiterst gevoelig voor een tabaksverslaving door hun jeugdige brein. Als ouder wil je voorkomen dat je kind gaat roken.

Vaak denken ouders dat ze weinig invloed hebben op het feit dat hun kind al dan niet rookt. Maar uit onderzoek blijkt dat pubers het heel belangrijk vinden wat hun ouders denken. Daarom is het belangrijk om met je kind over roken te praten. Maar … dat is natuurlijk niet altijd makkelijk. Met deze Q&A (Questions&Answers) helpen we je een stapje vooruit. 

Wanneer start je best een gesprek over roken?

Al nuttig vanaf 10-12 jaar

Praten met tieners verloopt vaak moeilijk, maar wachten heeft geen zin. Praat daarom al rond de leeftijd van 10-12 jaar over roken. Dus vóór je kind naar de middelbare school gaat. 

In de lagere school vinden de meeste kinderen roken nog vies. Maar daar kunnen ze snel anders over denken als ze naar het secundair onderwijs gaan. Je kind verandert van school, wordt zelfstandiger, zal zich meer spiegelen met leeftijdsgenoten en staat voor een aantal nieuwe uitdagingen. En net daar schuilen ook de nieuwe verleidingen en risico’s. Een gesprek is dan ook een must. 

Op basis van een concreet voorval 

Praat niet te lang en te vaak over roken. Een concreet voorval is de perfecte aanleiding voor een gesprek. Een nieuwsbericht op tv, filmfragment, een krantenartikel, een project op school of een verhaal van een vriend(in): het zijn allemaal situaties die je kan gebruiken als aanknopingspunt om een gesprek op gang te brengen. En je bezorgdheid te uiten. 

Als de sfeer goed zit

Een gesprek over roken voer je beter niet ‘tussen de soep en de patatten’ of wanneer je zoon of dochter nét klaar staat om te vertrekken. Kies een rustig moment wanneer de sfeer goed zit thuis. Zo komt je boodschap beter binnen en verklein je de kans op weerstand. 

Zelfs als je kind rookt en dat niet onder stoelen of banken steekt, blijf je best op regelmatige momenten praten over roken. 

Welke houding neem je aan tijdens het gesprek over roken? 

Een open houding

Heb je vermoedens dat je kind rookt? Vertel dat je dat niet prettig zou vinden. Dat heeft meer effect dan een streng verbod. Dingen verbieden zonder een woordje uitleg roept alleen maar meer weerstand op. Praat in plaats daarvan open en eerlijk en benoem vooral je eigen gevoelens en bezorgdheden (bv. door te praten in de ik-vorm). 

Voorbeeld van een startzin met de ik-vorm: “Ik merkte dat je trui gisteren naar sigaretten rook en was toch wel verrast en bezorgd …” vs. een beschuldigende startzin “Jij hebt gerookt zeker? Je trui stonk ernaar!” Welke zin lokt volgens jou de meeste weerstand op? 

Probeer rustig te blijven, ook als je het ergste vermoedt.

Heb je serieuze vermoedens dat je kind rookt en ben je woedend? Probeer rustig te blijven en praat met je kind wanneer de eerste emoties bekoeld zijn. Het is beter om te weten te komen of je kind echt rookt dan om je fantasie de vrije loop te laten. Start het gesprek niet met veroordelingen en beschuldigingen, maar vanuit je eigen bezorgdheid. 

Leidt het gesprek tot ruzie? Probeer later nog eens opnieuw.

Zorgt het gesprek toch voor ruzie met je zoon of dochter? Laat de moed niet zakken en probeer het op een later moment opnieuw. Luister naar elkaars mening, laat ruimte voor eigen verhalen en bedenk samen een duidelijke oplossing.

Tip: oefen op voorhand het gesprek met deze video’s. Ze tonen je verschillende mogelijke reacties van jou en je zoon/dochter. 

Wat is de uitkomst van het gesprek? Goede afspraken

Een open en eerlijk gesprek kan leiden tot goede afspraken en regels. Dat is belangrijk, want kinderen en jongeren hebben nood aan grenzen. Dat geeft houvast. 

Verzin samen een gepaste sanctie. 

Als je kind aangeeft niet te (willen) roken, verzin dan samen een gepaste sanctie voor later. Dreig niet met straffen die je niet wilt/kunt waarmaken (bv. een volledig pakje sigaretten oproken), maar ga samen op zoek naar een gepaste sanctie als hij/zij toch ooit rookt. 

Tip: Stel volgende vragen: “Kan je je vinden in de regel?” of “Zou je een andere regel opleggen aan jouw kind?” 

Stel huisregels op, ook als er al gerookt wordt.

Wat je kind buitenshuis doet, daar heb je niet altijd controle over. Maar wat je kind in huis doet, daar heb je wel vat op. Stel daarom samen huisregels op. Twee belangrijke huisregels zijn: 

  1. Er wordt nooit binnen gerookt, ook niet door vrienden of familie of bij bepaalde gelegenheden (bv. feestjes). Dat geeft het signaal dat roken oké zou zijn en dat wil je niet.
  2. Er wordt ook niet buitenshuis in het zicht van kleine broer of zus gerookt. Ook dat geeft anders een verkeerd signaal. 

Maak de afspraken concreet en herhaal ze.

Maak de regels concreet (bijvoorbeeld door ze op te schrijven) en herhaal af en toe de regels die jullie in het gezin maakten. Een feestje of vakantie kan een perfecte gelegenheid zijn om nog even kort de regels te herhalen.

Wat als je je kind betrapt op roken? Blijf praten.

Kom je te weten dat je kind rookt of heb je sterke vermoedens? Blijf dan op het hart drukken waarom jij liever hebt dat hij/zij niet rookt en uit je bezorgdheid (zie ook: je houding tijdens het gesprek). 

Je kan je zoon of dochter ook blijven verbieden om te roken, maar daar heb jij als ouder niet altijd vat op. Je kan ze niet op elk moment controleren natuurlijk. En als je dat al zou kunnen, zou je het willen? 

Met strenge, niet te controleren regels kan je ook een averechts effect creëren: je puber leert het roken of vapen alsmaar beter te verbergen. En dat is jammer. Want dan vervallen alle mogelijkheden tot een open en eerlijk gesprek en verval je snel in een welles-nietes-verhaal. 

Voorbeeldgesprekken:

Open en eerlijk gesprekNegatief en destructief gesprek
Ouder: “Ik vond een pakje sigaretten in je zak. Je weet toch dat ik dat echt niet fijn vind als je zou roken?”Ouder: “Ik vond een pakje sigaretten in je zak. Je weet toch dat je niet mag roken! Als ik er nog eens één vindt, dan mag je het volledige pakje hier voor mijn neus oproken!”
Zoon/dochter: “Ja, … Ik weet het. Maar gisteren was er een feestje en er werd naar de nachtwinkel gegaan en we zagen dat liggen en we wouden dat eens met een aantal vrienden proberen.”Zoon/dochter (verontwaardigd): “Jonge, dat is wel niet van mij, hé!”
Ouder: “Ik ben eerlijk gezegd wel wat teleurgesteld dat je hebt gerookt. Maar ik ben wel blij dat je het eerlijk hebt gezegd. Wat ga je nu met dat pakje doen? Er zitten nog redelijk wat sigaretten in toch?”Ouder: “Jawel, dat is wel van jou. Ik zie dat je liegt!”
Zoon/dochter: “Ja, ‘k weet het niet.”Zoon/dochter (nog meer verontwaardigd): “Ma neen, echt! Dat is van die vriendin van daar op de hoek!”
Ouder: “Ik zou echt liever hebben dat je niet meer rookt, dus ik ga het pakje afnemen. Want echt élke sigaret is slecht voor je, zelfs ééntje. En ik kan het niet over mijn hart krijgen om dat nu gewoon te laten zitten in je zak. Snap je dat vanuit mijn standpunt?”Ouder: “Oh, ik geloof er niks van, geef hier dat pakske! Als ik je ooit nog eens betrap, dan zwaait er wat!”
Zoon/dochter (na wat gemompel): “Ja, ik snap dat wel …” Zoon/dochter denkt: “Mij zal je niet nog eens betrappen. Ik steek het gewoon in het vervolg beter weg!”

Wat als je zelf rookt? Ook jij kan het verschil maken!

Ga in gesprek.

Kinderen kopiëren hun ouders, ook wat roken betreft. De kans is groter dat kinderen gaan roken wanneer hun ouders zelf roken. Maar ook wanneer je zelf rookt, is een gesprek vanuit een open, eerlijke houding succesvol. Je bent ten slotte ervaringsdeskundige om je kind te vertellen hoe snel je verslaafd was aan sigaretten en hoe moeilijk het is om te stoppen met roken.

Neem een afkeurende houding aan.

Ook als je zelf rookt, is het goed om een afkeurende houding tegenover roken aan te nemen. Steun bijvoorbeeld maatregelen die in de samenleving worden genomen om roken te ontmoedigen door er positief over te praten, ook al maken die het jou als roker niet gemakkelijker.

Binnen roken is nooit oké.

Ook van familie en vrienden die op bezoek komen mag je verwachten dat ze deze huisregels respecteren. Op nooitbinnenroken.be ontdek je hoe je je huis en auto rookvrij kan houden.

Rook niet in het bijzijn van je kinderen, ook niet buiten.

Rook niet in het bijzijn van je zoon of dochter, ook niet buitenshuis. Want zien roken, doet roken. Maak samen met je (ex-)partner afspraken om het goede voorbeeld te geven en niet te roken in het bijzijn van de kinderen. 

Tip: zorg dat je als ouder op dezelfde golflengte als je (ex-)partner zit.

Laat sigaretten en asbakken niet rondslingeren. 

Berg sigaretten en asbakken altijd netjes op zodat ze niet zichtbaar zijn voor je kinderen. 

Maar het allerbeste advies blijft: stop zelf met roken.

Uit onderzoek blijkt dat kinderen van rokende ouders zelf vaker roken. Daarom blijft het beste advies: stop zelf met roken en geef het goede voorbeeld. 

Stoppen met roken is niet altijd evident, maar het is wél mogelijk. Ook jij kan stoppen! Zelfs als je al een aantal stoppogingen achter de rug hebt. Weet dat de meeste rokers meerdere serieuze pogingen nodig hebben om uiteindelijk te stoppen (maar wie weet lukt het jou vanaf de eerste keer)? Er zijn verschillende manieren om te stoppen, kies degene die het best bij jou past