Tips voor ouders (help, mijn kind rookt, vapet of gebruikt nicotine!)

Je wil niet dat je kind rookt. Je vindt een vape in een jaszak. Of je hoort verhalen over nicotinezakjes. Wat doe je dan? 

Als ouder wil je natuurlijk liever niet dat je kind nicotine gebruikt. Kinderen en jongeren zijn extra gevoelig voor de verslavende verwerking van nicotine door hun jeugdige brein. Nicotine zit in verschillende producten zoals sigaretten, e-sigaretten (vapes), snus, nicotinezakjes en andere nicotineproducten. Hoe jonger ze ermee beginnen, hoe groter de kans dat ze dit blijven doen. 

Vaak denken ouders dat ze weinig invloed hebben op het feit dat hun kind al dan niet rookt, vapet of andere nicotineproducten gebruikt. Maar uit onderzoek blijkt dat pubers het heel belangrijk vinden wat hun ouders denken. Daarom is het belangrijk om het gesprek aan te gaan. Maar … dat is natuurlijk niet altijd makkelijk. Met deze Q&A (Questions&Answers) helpen we je op weg. 

Wanneer start je best een gesprek over nicotine?

Op basis van een concreet voorval.

Praat niet te lang en te vaak over roken en vapen. Een concreet voorval is de perfecte aanleiding voor een gesprek. Een nieuwsbericht op tv, filmfragment, een krantenartikel, een project op school of een verhaal van een vriend(in): het zijn allemaal situaties die je kan gebruiken als aanknopingspunt om een gesprek op gang te brengen. 

Je kan dan bijvoorbeeld vragen: “Wat vind jij daarvan?” of “Zou jij dat ooit proberen?” 

Zo ontdek je wat je kind denkt en kan je ook je bezorgdheid uiten. 

Als de sfeer goed zit.

Een gesprek over nicotineproducten voer je beter niet ‘tussen de soep en de patatten’ of wanneer je zoon of dochter nét klaar staat om te vertrekken. Kies een rustig moment wanneer de sfeer goed zit thuis. Zo komt je boodschap beter binnen en verklein je de kans op weerstand. 

Zelfs als je kind rookt, vapet of een ander nicotineproduct gebruikt en dat niet onder stoelen of banken steekt, blijf je best op regelmatige momenten praten. 

Welke houding neem je aan tijdens het gesprek?

Een open houding.

Heb je vermoedens dat je kind rookt, vapet of een ander nicotineproduct gebruikt? Vertel dan wat je hebt gemerkt en waarom je dat niet prettig zou vinden. 

Dingen verbieden zonder een woordje uitleg roept vaak alleen maar meer weerstand op. Vertel daarom vooral wat jij denkt en voelt en waar je je zorgen om maakt. Praat open en eerlijk vanuit jezelf, bijvoorbeeld door de praten in de ik-vorm.

Voorbeeld van een startzin met de ik-vorm: 

  • “Ik merkte dat je trui gisteren naar sigaretten rook en was toch wel verrast en bezorgd …”
  • “Jij hebt gerookt zeker? Je trui stonk ernaar!” 

Welke zin lokt volgens jou de meeste weerstand op?

Probeer rustig te blijven, ook als je het ergste vermoedt.

Heb je serieuze vermoedens dat je kind rookt, vapet of een ander nicotineproduct gebruikt en ben je boos of bezorgd? Probeer rustig te blijven en praat met je kind wanneer de eerste emoties bekoeld zijn.  

Je wilt vooral te weten komen wat er echt aan de hand is in plaats van je fantasie de vrije loop te laten. Start het gesprek daarom niet met veroordelingen en beschuldigingen, maar vanuit je eigen bezorgdheid. 

Vraag wat je kind ervan vindt. Luister naar het verhaal. Misschien heeft je kind het één keer geprobeerd. Misschien wordt er al langer nicotine gebruikt. Misschien heeft je kind vragen of zorgen waar jij nog niks van wist. 

Leidt het gesprek tot ruzie? Probeer later nog eens opnieuw.

Loopt het gesprek met je kind toch uit op ruzie? Laat de moed niet zakken. Stop het gesprek als de emoties te hoog oplopen en probeer het op een later moment opnieuw.  

Je hoeft niet alles in één gesprek op te lossen. Blijf praten, luister naar elkaars mening, laat ruimte voor eigen verhalen en bedenk samen een duidelijke oplossing. 

Wat is de uitkomst van het gesprek? Goede afspraken.

Een open en eerlijk gesprek kan leiden tot goede afspraken en regels. Dat is belangrijk, want kinderen en jongeren hebben nood aan grenzen. Dat geeft houvast.

Spreek ook samen af wat er gebeurt als een regel niet wordt gevolgd.

Als je kind aangeeft niet te (willen) roken of vapen, verzin dan samen afspraken over een gepaste consequentie. Dreig niet met straffen die je niet wilt of kunt waarmaken. Een extreem voorbeeld zoals "dan rook je een volledige pakje sigaretten op" helpt niet.

Een duidelijke en haalbare consequentie werkt beter. Ga samen op zoek naar een gepaste sanctie als je kind toch ooit rookt, vapet of een ander nicotineproduct gebruikt. 

Tip: Stel volgende vragen: “Kan je je vinden in de regel?” of “Zou je een andere regel opleggen aan jouw kind?”

Stel huisregels op, ook als er al gerookt of vapet wordt.

Wat je kind buitenshuis doet, daar heb je niet altijd controle over. Maar wat je kind in huis doet, daar heb je wel vat op. Stel daarom samen huisregels op. Twee belangrijke huisregels zijn:

  1. Geen nicotinegebruik in huis, ook niet door vrienden of familie of bij bepaalde gelegenheden (bv. feestjes). Dat geeft het signaal dat roken, vapen of het gebruik van een ander nicotineproduct oké zou zijn en dat wil je niet. 

  2. Geen nicotinegebruik in het bijzijn van jongere kinderen. Er wordt ook niet buitenshuis in het zicht van kleine broer of zus gerookt of gevapet. Kinderen kijken naar wat anderen doen. Zien roken, vapen of nicotinegebruik kan het gedrag normaler doen lijken. 

Maak de afspraken concreet en herhaal ze.

Zorg dat iedereen weet wat de afspraken zijn. 

Maak de regels concreet (bijvoorbeeld door ze op te schrijven) en herhaal ze af en toe. Een feestje of vakantie kan een perfecte gelegenheid zijn om nog even kort de regels te herhalen. 

Wat als je je kind betrapt op nicotinegebruik?

Blijf praten.

Kom je te weten dat je kind rookt, vapet of nicotinezakjes gebruikt, of heb je sterke vermoedens? Blijf dan vertellen waarom jij dat liever niet hebt. Leg uit waarom je bezorgd bent (zie ook: je houding tijdens het gesprek) en luister naar je kind.

Je kan als ouder duidelijke grenzen stellen. Maar je kan je kind niet voortdurend controleren. En als je dat al zou kunnen: zou je het willen?

Te strenge controles kan averechts werken.

Met strenge, niet te controleren regels kan je ook een averechts effect creëren: je puber leert het nicotinegebruik alsmaar beter te verbergen.  

En dat is jammer. Dan wordt het moeilijker om er open en eerlijk over te praten en verval je in een welles-nietes-verhaal.  

Je wilt liever dat je kind bij jou terechtkan met vragen, twijfels of problemen. Blijf daarom duidelijk over je standpunt, maar houd het gesprek open. 

Voorbeeldgesprekken:

Open en eerlijk gesprekNegatief en destructief gesprek
Ouder: “Ik vond een pakje sigaretten in je zak. Je weet toch dat ik dat echt niet fijn vind als je zou roken?”Ouder: “Ik vond een pakje sigaretten in je zak. Je weet toch dat je niet mag roken! Als ik er nog eens één vindt, dan mag je het volledige pakje hier voor mijn neus oproken!”
Zoon/dochter: “Ja, … Ik weet het. Maar gisteren was er een feestje en er werd naar de nachtwinkel gegaan en we zagen dat liggen en we wouden dat eens met een aantal vrienden proberen.”Zoon/dochter (verontwaardigd): “Jonge, dat is wel niet van mij, hé!”
Ouder: “Ik ben eerlijk gezegd wel wat teleurgesteld dat je hebt gerookt. Maar ik ben wel blij dat je het eerlijk hebt gezegd. Wat ga je nu met dat pakje doen? Er zitten nog redelijk wat sigaretten in toch?”Ouder: “Jawel, dat is wel van jou. Ik zie dat je liegt!”
Zoon/dochter: “Ja, ‘k weet het niet.”Zoon/dochter (nog meer verontwaardigd): “Ma neen, echt! Dat is van die vriendin van daar op de hoek!”
Ouder: “Ik zou echt liever hebben dat je niet meer rookt, dus ik ga het pakje afnemen. Want echt élke sigaret is slecht voor je, zelfs ééntje. En ik kan het niet over mijn hart krijgen om dat nu gewoon te laten zitten in je zak. Snap je dat vanuit mijn standpunt?”Ouder: “Oh, ik geloof er niks van, geef hier dat pakske! Als ik je ooit nog eens betrap, dan zwaait er wat!”
Zoon/dochter (na wat gemompel): “Ja, ik snap dat wel …” Zoon/dochter denkt: “Mij zal je niet nog eens betrappen. Ik steek het gewoon in het vervolg beter weg!”

Wat als je zelf rookt, vapet of nicotine gebruikt? Ook jij kan het verschil maken!

Ga in gesprek.

Kinderen kopiëren hun ouders, ook als het over nicotinegebruik gaat. De kans is groter dat kinderen gaan roken of vapen wanneer hun ouders zelf roken. Maar ook wanneer je zelf rookt, vapet of een ander nicotineproduct gebruikt, is een gesprek vanuit een open, eerlijke houding succesvol. Je hoeft geen perfect voorbeeld te zijn om hierover met je kind te praten.  

Je kan eerlijk vertellen wat nicotinegebruik met jou doet. Bijvoorbeeld hoe snel je verslaafd was en hoe moeilijk het is om te stoppen. 

Neem een afkeurende houding aan.

Ook als je zelf rookt, vapet of een ander nicotineproduct gebruikt, kan je duidelijk zeggen dat je liever niet hebt dat je puber ermee begint.  

Praat bijvoorbeeld positief over maatregelen die in de samenleving worden genomen die nicotinegebruik bij jongeren helpen ontmoedigen, ook al maken die het jou soms moeilijker. 

Binnen roken of vapen is nooit oké.

Maak je huis en auto rook- en vapevrij. Ook van familie en vrienden die op bezoek komen mag je verwachten dat ze deze huisregels respecteren. Op nooitbinnenroken.be ontdek je hoe je je huis en auto rookvrij kan houden.

Gebruik geen nicotine in het bijzijn van je kinderen.

Rook of vape niet in het bijzijn van je zoon of dochter, ook niet buitenshuis. Want zien roken, doet roken. 

Maak samen met je (ex-)partner afspraken om het goede voorbeeld te geven en niet te roken, te vapen of andere nicotineproducten te gebruiken in het bijzijn van de kinderen.

Tip: zorg dat je als ouder op dezelfde golflengte als je (ex-)partner zit.

Laat nicotineproducten en asbakken niet zichtbaar liggen.

Berg sigaretten, vapes en andere nicotineproducten en asbakken altijd netjes op zodat ze niet zichtbaar zijn voor je kinderen.

Het beste voorbeeld? Zelf stoppen.

Uit onderzoek blijkt dat kinderen van rokende ouders zelf vaker roken. Daarom blijft het beste advies: stop zelf met roken, vapen of ander nicotinegebruik en geef het goede voorbeeld.

Stoppen is niet altijd makkelijk. Maar het is wél mogelijk. Ook jij kan stoppen! Zelfs als je al een aantal stoppogingen achter de rug hebt. De meeste mensen hebben meerdere pogingen nodig voor het uiteindelijk lukt om te stoppen (maar wie weet lukt het jou vanaf de eerste keer)? 

Er zijn verschillende manieren om te stoppen, kies degene die het best bij jou past.