Als je een patiënt doorverwijst naar een Bewegen Op Verwijzing-coach, wil je natuurlijk dat hij of zij ook effectief de stap ernaartoe zet. Hier vind je enkele tips om de verwijzing zo efficiënt mogelijk te maken.

Een fysieke verwijsbrief maakt het serieus voor de patiënt. Het is geen vrijblijvend advies, het is écht belangrijk. Er zijn verschillende manieren om een verwijsbrief te maken:

Meer info over de verwijsbrief op de website van Domus Medica

Breng op een overtuigende manier de boodschap dat beweging echt kan werken voor een bepaalde aandoening. Of dat meer bewegen werkelijk kan helpen om niet ziek te worden.

Wil je papieren verwijsbrieven, folders voor patiënt of affiches bestellen? Stuur dan een e-mail naar luc.lipkens@gezondleven.be. De verzendkosten worden in rekening gebracht maar de materialen zelf zijn gratis.

Gebruik een folder om informatie mee te geven aan je patiënt.

Hang een affiche in de wacht- of consultatieruimte op: zo wordt het makkelijker om er een gesprek over aan te knopen.

Breng Bewegen Op Verwijzing naar je wachtkamer met een filmpje of wachtschermbeeld.

Voel je dat je patiënt echt interesse heeft in de coaching maar – omwille van bepaalde drempels – zelf niet snel de coach zal contacteren? Dan kan je de contactgegevens van je patiënt via de online verwijstool aan een coach doorgeven. De tool toont automatisch de coaches in de buurt.

Probeer als arts ook zelf het goede voorbeeld door regelmatig te bewegen. Je kan dat op verschillende manieren naar een patiënt overbrengen. Bijvoorbeeld door je eigen ervaringen te vertellen.

Leg uit waarom het voor je patiënt persoonlijk zinvol is om meer te bewegen. De verwachte effecten van meer beweging ter preventie en per aandoening helpen daar misschien bij.

Herhaal voldoende bij patiënten die baat hebben om meer te bewegen dat dit goed is voor hen. Doe dat liefst op een ondersteunende manier.

Neem de drempels van patiënten serieus en geef aan dat de Bewegen Op Verwijzing-coach er rekening mee zal houden. Erken de drempels en speel erop in. Als je alleen maar tegenargumenten geeft, kan dat de weerstand verhogen. Enkele voorbeelden van drempels en hoe je erop inspeelt:

    • “Ik heb daar geen tijd voor.” → “De coach zal samen met jou kijken wat er in jouw schema past.”
    • “Lopen, fitnessen … ik vind dat niet leuk.” → “Samen met de coach zal je zoeken naar iets dat bij jou past.”
    • “Ik beweeg de hele dag.” → “Dat is heel goed en zal zeker helpen. Maar de intensiteit waarmee je beweegt, is ook belangrijk.”
    • “Ik ben al zo moe.” → “Op termijn zal je net meer energie krijgen door te bewegen.”
    • “Ik heb te veel andere zorgen.” → “Bewegen zal deugd doen en voor rust in je hoofd zorgen.”
    • “Ik heb hier geen geld voor.” → “Je coach kent heel veel beweegmogelijkheden die geen of heel weinig geld kosten. En ook de kosten van de coach zijn beperkt omdat de overheid daarin tussenkomt.”
    • “Is dat wel veilig?” → “De coach zal de aanbevelingen die ik als arts geef zeker goed opvolgen.”