Als je wil voorkomen dat leerlingen beginnen te roken, of als je ze wil stimuleren om ermee te stoppen, dan moet je hierover duidelijke afspraken en regels maken. Vertrek daarvoor uit de huidige wetgeving die een totaal rookverbod oplegt in scholen. Een totaal rookverbod versterkt de voorbeeldfunctie van scholen, en het creëert ook mee een omgeving die kinderen en jongeren stimuleert om rookvrij te blijven.

Wat zegt de wet?

Wanneer? Vanaf 1 september 2018 geldt een algemeen rookverbod op scholen. Sindsdien mag er dus niet meer gerookt worden. En dat 24 op 7.

Voor wie? Het verbod geldt voor iedereen die een vestigingsplaats van de aan het rookverbod onderhevige onderwijsinstellingen betreedt: het personeel, leerlingen, ouders, internen en bezoekers. Het is dus belangrijk dat je als onderwijsinstelling hierover duidelijke afspraken maakt.

Waar? Het rookverbod is geldig voor alle instellingen voor basisonderwijs, secundair onderwijs en deeltijds kunstonderwijs. Ook centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, wat de leertijd betreft, centra voor deeltijdse vorming, centra voor leerlingenbegeleiding, internaten en tehuizen vallen onder het verbod, net als alle onderwijsinstellingen (ook van andere niveaus) die een van voorgaande vestigingsplaatsen in gebruik zouden nemen. 

Wat? Onder het rookverbod vallen niet alleen producten op basis van tabak, maar ook soortgelijke producten zoals de e-sigaret, de shisha-pen, heatsticks …

Buiten het schooldomein? Buiten de vestigingsplaatsen geldt het rookverbod in principe niet. Bij verplaatsingen naar het zwembad en extra-murosactiviteiten zou er dus wel gerookt mogen worden. Maar het bestuur kan er wel voor kiezen om het rookverbod via het school-, internaat- of centrumreglement en via het arbeidsreglement uit te breiden tot dergelijke situaties.

Toon dat je school rookvrij is

Dat rookverbod op je school, da’s iets om trots op te zijn. Om mee uit te pakken. Plaats stickers of bordjes bij alle toegangen tot het schoolterrein om jullie rookverbod duidelijk te maken. Benadruk dat de school wil bijdragen aan een samenleving waarin jongeren niet meer verleid worden om te roken . Maak duidelijk dat de school hierin een consequente houding zal aannemen. Denk aan de website van de school, studiegids, schoolkrant, intranet, mailing aan ouders en derden die op de school komen.

Neem afspraken over het rookverbod op in het school- en arbeidsreglement, maar ook in contracten met derden die diensten aan de school aanbieden of de infrastructuur van de school gebruiken (bv. contract met leverancier, huurovereenkomst …).

Spreek iedereen consequent aan bij overtredingen en sensibiliseer het personeel om dat ook te doen. Alleen zo kan je jullie rookverbod hard maken. Zie je iemand die rookt, ga dan een constructief gesprek aan om de boodschap duidelijk te stellen. Sommigen zullen geen oor hebben voor je argumenten. Zij praten vaak vanuit hun verslaving. Maak duidelijk dat niet meedoen geen optie is. Duid eventueel enkele verantwoordelijken – directie, opvoeders, coördinatoren – aan die personeelsleden kunnen aanspreken wanneer ze een overtreding (door derden) zien. 

Hoe vraag je iemand om niet te roken?

Iemand rookt op het schooldomein vriendelijk vragen om daarmee te stoppen, niet noodzakelijk makkelijk. Hier enkele tips voor je aanpak:

  • Handel snel. 

Spreek iemand altijd meteen aan als je die ziet roken op school. Wees discreet en loop even naar hem/haar toe. Gaat een leerling in de fout, leg dan de sanctie op zoals vastgelegd in het schoolreglement.

  • Hou het constructief.

Niemand heeft iets aan een vermanend vingertje, wel aan een constructief gesprek. Zie je iemand roken, herinner hem/haar eraan dat het schooldomein rookvrij is, geef aan dat de school een gezonde omgeving wil zijn. Verzoek hem/haar vriendelijk om niet te roken, ook niet net buiten het schooldomein 'in het zicht' van leerlingen.

  • Hou het luchtig. 

Humor kan de boodschap verzachten. Maar laat geen twijfel bestaan over de ernst van de boodschap.

Heeft iemand bezwaren? Ga niet in discussie, maar laat de persoon de bezwaren op een ander wijze kenbaar maken. Geef duidelijk aan hoe hij/zij dit kan doen. Bijvoorbeeld: alles eens op papier zetten en doorsturen naar de verantwoordelijke op de school.