Stimuleer actieve vrije tijd

Bewegen is gezond. Helaas bewegen kinderen, volwassenen en ouderen vaak te weinig op school, op het werk of in hun vrije tijd. Een beweegvriendelijke publieke ruimte kan hen stimuleren om meer te bewegen.

De inrichting en de bereikbaarheid van de publieke ruimte zijn twee factoren die een grote invloed hebben op de keuze voor actieve vrije tijd.

Investeren in de inrichting en bereikbaarheid van beweegvriendelijke publieke ruimte is belangrijk voor alle bevolkingsgroepen. Maar voor groepen met een lage socio-economische status is het belang het grootst: zij zijn voor hun actieve vrijetijdsbesteding vaak sterk afhankelijk van de nabije publieke ruimte omdat zij meestal niet over een eigen tuin beschikken, of omdat de drempels tot een gestructureerd vrijetijdsaanbod voor hen te hoog zijn.

Daarom is het essentieel om te investeren in kwaliteitsvol ingerichte en kosteloze ontspanningsplekken dicht bij huis, en in een gestructureerd recreatief aanbod op maat (zoals jeugdopbouwwerk en buurtsport).

18

Op verschillende schaalniveaus

Mensen moeten toegang hebben tot actieve vrije tijd op verschillende schaalniveaus. De mogelijkheden op straatniveau, buurtniveau, wijkniveau, gemeentelijk/stedelijk of regionaal niveau moeten verbonden zijn in een netwerk van wandel- en fietspaden en openbaar vervoer. De (inplantings)mogelijkheden, de inrichting en de uitrusting van het terrein moeten op elkaar afgestemd zijn en bepalen samen het schaalniveau.

Beweegprikkels op straat

Kleine beweegprikkels op straatniveau zijn belangrijk voor de minst mobiele doelgroepen (ouders met kleine kinderen, ouderen, mensen met weinig tijd) of hondeneigenaars op hun dagelijkse wandeling. Gevelgroen, bomen en straatverlichting zorgen voor aantrekkelijke straten om in te wandelen. Ook een zitbank kan bijdragen tot meer bewegen. Als ouderen weten dat ze tijdens hun wandeling even kunnen uitrusten, zullen ze meer geneigd zijn om die wandeling te maken. Bovendien kun je ook speelelementen op straatniveau integreren of werken met tijdelijke invullingen zoals speelstraten, leefstraten en droomstraten.

Buurtparkjes

Op buurtniveau zijn buurtparkjes belangrijk om beweging te stimuleren. De inrichting van zulke parkjes moet een dagelijks gebruik aanmoedigen. Dat kan bijvoorbeeld door een zandbak en speelelementen voor de kleinsten, een bankje in de schaduw, een vuilnisbak en eventueel een hondentoilet te voorzien.

Kleine buurtparkjes inrichten is vaak niet gemakkelijk. De ruimte is meestal beperkt en verschillende groepen maken er gebruik van. Daarom zijn tijdelijke inrichtingselementen in kleine parkjes vaak een goede oplossing om beweging te stimuleren, zonder structureel beslag te leggen op de ruimte. Ook het concept van de Spel- en Sportmobielen biedt beweegprikkels aan in vakantieperiodes, zonder dat je het park structureel moet herinrichten. 

Gemeenten moeten vaak creatief zijn om parkjes op buurtniveau in te richten. Open ruimte is schaars geworden. Gedeeld ruimtegebruik kan hierin een oplossing bieden. Zo kun je bijvoorbeeld schoolspeelplaatsen openstellen en integreren in de publieke ruimte.

Grotere parken op wijkniveau en op gemeentelijk schaalniveau

Grote parken bieden hun bezoekers meer ruimte om te wandelen, te spelen en te sporten. Potentiële inrichtingselementen zijn wandelpaden (met een bestemming zoals een vijver), een Finse piste, fitness- of beweegtoestellen, avontuurlijke speelruimte, voetbalveldjes, een skatepark …

Ook de integratie van moestuinen, openbare boomgaarden en pluktuinen in parken heeft heel wat gezondheidsvoordelen: ze zetten aan tot beweging, brengen bezoekers in contact met gezonde voeding, en verhogen het mentale welbevinden. Het is wel vaak nodig om de moestuin te koppelen aan een school, een wijkwerking of een seniorenvoorziening in de buurt om het onderhoud te verzekeren en een educatieve koppeling te hebben. 

Een goede aansluiting op veilige fietsroutes en een vlotte bereikbaarheid met het openbaar vervoer, brengen parken op gemeentelijk, stedelijk of regionaal niveau dichter bij de mensen. 

Recreatiedomeinen en natuurgebieden op stedelijk of regionaal niveau

Op stedelijk of regionaal niveau onderscheiden we recreatiedomeinen, natuurgebieden en open ruimte. Om zulke grotere gebieden te bereiken, moet je een bepaalde drempel (in tijd of afstand) kunnen overbruggen. Het is dus een belangrijke uitdaging om de bekendheid en bereikbaarheid van die gebieden te vergroten.

Recreatiedomeinen bieden plaats voor verschillende vormen van actieve vrije tijd voor diverse doelgroepen. Vaak bieden ze ook plaats aan evenementen. Verschillende sportclubs kunnen aanwezig zijn op een domein dat ruimte biedt voor diverse sporten. De mogelijkheid om te zwemmen en aan outdoor fitness te doen, verhoogt de aantrekkingskracht op jongeren.

Daarnaast is het belangrijk om in te zetten op een flankerend sociaal beleid. Vakantiebestemmingen zijn ook figuurlijk vaak ‘ver weg’ voor kwetsbare groepen. Goede ruimtelijke planning kan daaraan tegemoetkomen door aandacht te hebben voor de toegankelijkheid van recreatiedomeinen via welzijnswerk. We zien dat het toegangsbeleid van domeinen vaak verschilt. Sommige domeinen zijn omheind en alleen toegankelijk als je toegangsgeld betaalt. Vanuit gezondheidsperspectief is het heel belangrijk dat die domeinen toegankelijk blijven voor iedereen. 

Natuurgebieden bieden ruimte voor zachte vormen van actieve vrije tijd zoals wandelen en joggen.

Factoren Die Beweging In Openbaar Promoten Of Belemmeren

Mogelijke maatregelen

  • Leefstraten: Leefstraten stimuleren actieve verplaatsingen en actieve vrije tijd. Het zijn straten waar andere keuzes op het vlak van verschillende gezondheidsthema’s mogelijk zijn.
  • Speelstraten: Speelstraten moedigen beweging aan en zorgen voor meer sociaal contact tussen de buurtbewoners.
  • Speelweefsel: Kinderen en tieners gebruiken de publieke ruimte op een heel eigen manier en brengen zo leven en kleur in de buurt. Om hen die mogelijkheid te geven, hou je het best rekening met een aantal concepten rond kindvriendelijke planning, ruimtelijke ordening en inrichting. 
  • Toegankelijk groen: toegankelijke natuur: Bereikbare en toegankelijke natuur kan bijdragen aan meer beweging tijdens de vrije tijd.
  • Onderhouden publieke ruimte: Een goed onderhouden publieke ruimte nodigt uit tot beweging.
  • Kleine groenelementen: Kleine groenelementen in het straatbeeld nodigen uit tot meer bewegen.
  • Geoptimaliseerd netwerk trage wegen: Een goed netwerk van trage wegen kan actieve verplaatsingen stimuleren en aanzetten tot meer wandelen en fietsen in de vrije tijd.

Bekijk inspirerende voorbeelden