Moedigt de fysieke en de sociale klas- en schoolomgeving aan tot meer beweging? Is de gezonde keuze evident? Dan zullen kinderen meer bewegen.

De klas aanpassen

Voorbeelden om de klas op een veilige en gemakkelijke manier aan te passen:

De meubels en open ruimte

Het is belangrijk dat de leerlingen dagelijks een tijdje kunnen spelen of rechtopstaand werken. Zorg voor een evenwicht tussen zitten, staan en bewegen. Zet niet de volledige ruimte van de klas vol met meubels, maar zorg dat er ruimte is om te bewegen. Dat geldt niet alleen voor de allerkleinsten die nog ‘spelen’ in de klas, maar ook voor de oudere kinderen. Ook in de lagere of secundaire school kunnen lesopdrachten rechtopstaand of bewegend uitgevoerd worden.

Open ruimte in de klas:

  • Haal banken en stoelen weg.
  • Verplaats banken en stoelen.
  • Gebruik de gang ook voor klasactiviteiten.
  • Zet de stoelen, banken en tafels niet in het midden van de klas. 

Let op! Actieve plekken mogen andere activiteiten of klassen niet storen. Zorg voor duidelijke regels. 

De ruimte buiten

Buiten zijn is gezond. Er is frisse lucht én meer ruimte! 

Ga niet alleen buiten om te spelen, maar ook voor activiteiten met de klas, individuele opdrachten en opdrachten in groep. 

De school aanpassen

Om de school veilig en efficiënt aan te passen, pak je de binnen- én de buitenkant aan. 

Voor het secundair onderwijs kun je uit het informatiedossier ‘Beweegvriendelijke school’ ook inspiratie halen om de schoolomgeving anders in te richten.

Binnen: creëer meer beweegkansen

Waar bewegen leerlingen het minst? Denk aan de studiezaal, de computerklas, de bibliotheek, de refter. Pas daar de meubels aan en creëer ruimte.

Je kunt ook extra bewegingsruimte voorzien via een alternatieve ruimte (bv. polyvalente zaal, andere lokalen en gangen voor tijdelijk gebruik in functie van spel en beweging bij slecht weer), waar je ook specifiek beweeg- en speelmateriaal voor binnen beschikbaar stelt (bv. pingpongtafels).

Buiten: zorg voor een actieve speelplaats

Creëer een speelplaats die aanzet tot beweging met uitdagende elementen zoals boomstammen, autobanden, bomen en struiken, een moestuin, een hinkelparcours, verharde en onverharde ruimten, avontuurlijke plekken en sportbelijning of markeringen op de grond. 

Is de ruimte buiten te groot of onoverzichtelijk? Dan voelen leerlingen zich verloren. Is de ruimte te klein? Dan kunnen de leerlingen niet tegelijk bewegen en spelen. 

Werk daarom met zones. Zo doorbreek je een grote ruimte of creëer je meer ruimte. Enkele voorbeelden:

  • een zone met harde ondergrond voor balspelen en -sporten
  • een zone voor muziek en dans
  • een zone voor tikspelen
  • een zone met zachte ondergrond om te klauteren, springen, kruipen en draaien
  • een zone met markeringen om te fietsen, hinkelen …
  • een groene zone met gras, bomen, struiken … 
  • een babbelzone of babbelparcours om met vrienden te praten terwijl je staat of wandelt
  • een rustige zone om te knikkeren, bikkelen, tot rust te komen …

Enkele tips en aandachtspunten:

  • Zorg ervoor dat er geen activiteiten domineren en dat er voor elk wat wils is. Laat de leerlingen vrij wisselen als dat kan. Zo doen ze verschillende ervaringen op.
  • Voorzie genoeg spelmateriaal. Zo kunnen alle leerlingen tegelijk actief zijn.
  • Sommige leerlingen hebben af en toe behoefte aan rust. Geef die leerlingen ook een plekje om te rusten, te kijken, te babbelen, na te denken … Dat kan een bankje of een stoel zijn, maar ook wat gras, een schommel of een klimrek.
  • Gebruik een rooster om de populairste zones eerlijk te verdelen. Zo krijgen alle leerlingen de kans om in alle zones te spelen. Stel dat rooster samen met hen op. Maak de leerlingen duidelijk dat het rooster geen opgelegd schema is. Het is een systeem om populaire plaatsen te verdelen. 
  • Denk na over de opsplitsing van de leerlingen. Soms zijn homogene groepen het meest aangewezen, soms zijn heterogene groepen uitdagender. 

Buiten: leve groen en natuur

Zorg ook voor groen en natuur in de buurt van de school en/of op de speelplaats. Dat biedt meer en gevarieerdere speel- en beweegkansen.

Een groene buitenruimte creëren die leerlingen aanzet tot minder lang stilzitten, is een lang proces en vraagt om een onderliggende visie.

De onderstaande bronnen geven je meer informatie

Wil je de speelplaats aanpassen? Hou dan in je begroting rekening met: 

  • de organisatiekosten (werkgroep bijeenkomsten, fondsenwerving, projectbegeleiding …)
  • het ontwerp en bestek (een ontwerp door een ervaren ontwerper is de investering meestal waard)
  • de veiligheidscontrole en risicoanalyse
  • de aanleg: materialen en werkuren 

Enkele tips:

  • schakel vrijwilligers in (grootouders, ouders, leerkrachten …)
  • hergebruik materialen (stenen, boomstronken, hout …) 
  • werk in fases om de kosten te spreiden (eerst de grote lijnen, daarna de invulling)
  • denk goed na over je budget (financiële bijdrage van de school, van overkoepelende besturen, van de gemeente, van de provincie …)
  • organiseer acties (sponsorloop, rommelmarkt, fruitkraampje …)
  • zoek sponsors, fondsen en subsidies
  • kies voor een plan met weinig onderhoud
  • laat leerlingen zelf voor het onderhoud zorgen, integreer dat in de lessen en leg een link met de eindtermen

Veiligheid en aansprakelijkheid:

De speelplaats is onderdeel van de school. De school is dan ook verantwoordelijk en kan aansprakelijk gesteld worden bij ongevallen. Op de website Riscki vind je informatie en concrete ideeën over avontuurlijke activiteiten aanbieden op school. Je krijgt er tips om je personeel en ouders te sensibiliseren, een heldere schoolvisie uit te werken, efficiënt te overleggen met de preventieadviseur, een goede schoolverzekering af te sluiten en je aansprakelijkheid in te dekken.

De buurtomgeving

Voorbeelden om de buurt veilig en gemakkelijk aan te passen:

  • Moedig wandelen en fietsen aan. 
  • Maak de schoolstraat autovrij. Voorzie plaatsen op wandelafstand van de school waar de leerlingen veilig uit de auto kunnen stappen. 
  • Breng de veiligheid van de buurt in kaart met het Octopusplan.
  • Praat met de gemeente/stad of het Agentschap Wegen en Verkeer over een schoolroutekaart*
  • een snelheidsbeperking in de schoolomgeving
  • veilige, afgescheiden fietspaden en voetpaden • een autoluwe of verkeersveilige buurt

*Een schoolroutekaart geeft de veiligste – niet noodzakelijk de kortste – routes aan. Ze bevat niet alleen routes, maar ook onvermijdelijke knelpunten, plaatsen waar gemachtigde opzichters de leerlingen helpen oversteken, uitwuifzones, grote parkings in de buurt van de school en praktische tips voor meer veiligheid. De kaart heeft een grote informatieve waarde voor de leerlingen en hun ouders. Voor de uitwerking van deze kaart kan de school samenwerken met de gemeente.