Tijd om alles wat tastbaarder te maken en aan concrete acties te denken.

En actie!

Gebruik de ingevulde gezondheidsmatrix (stap 2) en je opgestelde doelstellingen (stap 3) om een gevarieerde mix van acties te verkrijgen. Definieer ze zo concreet mogelijk. Voor iedere actie bepaal je wie ze uitvoert en wanneer, hoe je erover communiceert, en hoe je ze evalueert en opvolgt. Onderstaande vragen helpen je bij het opstellen van een actieplan.

Brainstorm

Gebruik de ingevulde gezondheidsmatrix (zie stap 2) om de lege of nog onvolledige vakjes aan te vullen met acties die helpen om de doelstellingen (zie stap 3) te realiseren. Bedenk bijkomende acties op alle nodige vlakken.

Het warm water hoeft niet altijd opnieuw uitgevonden te worden, dus ga met de werkgroep zeker op zoek naar bestaande goede praktijken, methodieken … die jullie kunnen helpen om de doelstellingen te bereiken. Andere organisaties uit de jeugdhulp, jeugdwelzijnswerk, scholen ... organiseren vaak gezondheidsacties die mits een kleine vertaling op maat ook in organisaties voor bijzondere jeugdzorg van toepassing kunnen zijn (zie ook ‘inspirerende praktijken’ en 'santé gasten').

“We organiseerden een kookworkshop voor alle geïnteresseerden uit alle afdelingen, samen met hun ouders. Ouders en jongeren konden zelf voorstellen doen wat we zouden klaarmaken en waren elk voor iets anders verantwoordelijk. Achteraf kreeg iedereen een boekje mee met de recepten die we uitprobeerden.”

Wanneer acties worden uitgedacht voor een bepaald gezondheidsthema, kan het nodig zijn om op dit moment meer thematische expertise in te roepen. Als er nood is aan thematische vorming voor medewerkers bijvoorbeeld, maar ook wanneer je als procesbegeleider merkt dat thematische inbreng tijdens de werkgroepbijeenkomsten nodig is. Betrek daarom bijvoorbeeld een diëtiste, medisch milieukundige (gezond binnenmilieu), tabakoloog … Deze mensen kan je vinden via je regionale Logo (Lokaal Gezondheidsoverleg). Bij het samenwerken met deze professionals is het nodig om hen de werking en doelgroep van de organisatie op voorhand goed te schetsen: de sector en doelgroep zal voor hen vaak nog nieuw zijn.

“Van personeel en jongeren verwachten dat ze stoppen met roken, was voor ons nog iets te ambitieus. Met kleine acties startten we om het roken te ontmoedigen. Zo hebben we bv. de rookruimte buiten minder gezellig gemaakt en hebben we samen met de jongeren beslist om niet meer in de studio’s binnen te roken.”

Zoek partners

Om bepaalde acties uit te werken, zijn goeie partners goud waard. Ze hebben financiële middelen, zijn deskundig, hebben ruimte, hebben tijd … Bovendien hebben ze een impact op het psychosociaal welzijn. Een samenwerking geeft jongeren het signaal dat die er mag zijn, dat hun noden gezien worden.

In Sur Ma Route stelde Cachet al vast dat eenzaamheid “het grootste en meest traumatiserende struikelblok” is waar jongvolwassenen op botsen na de jeugdhulp. Ze voelen zich aan hun lot overgelaten, op zichzelf aangewezen en onzeker over de vele uitdagingen die hen te wachten staan. Veel jongeren hebben niemand om op terug te vallen. Als professionals je enige contacten zijn vervullen ze alle functies ineen. Zijn ze je vader die je leert koken, de tante bij wie je begrip voelt, de vriendin die je laat uitspreken, de broer naar wie je opkijkt.

Het formeel netwerk van sommige kinderen en jongeren is enorm. Psychologen, psychiaters, opvoeders, jeugdrechters, ergotherapeuten … Tegelijk is er het belang van een trainer waarbij ze hun hart uitstorten, niet per se over de gezinshereniging maar wel over liefdesverdriet of hoe ze in contact kunnen raken met dat ene meisje. Iedereen die betrokken kan zijn buiten hulpverlening is waardevol. Enige voorzichtigheid is als we engagement aangaan, we gaan voor duurzaamheid en een match. De bedoeling is dat deze mensen lang genoeg in leven van jongere blijven. Dat doen we door engagementen te matchen, te vertrekken vanuit wat iemand ziet zitten en noden. Dit netwerkversterkend werken is nodig omdat als hulpverlener, de tijd die je samen in een leven doorbrengt niet blijft duren. Mensen als trainers, medeleiders, voogden, pleeggezinnen, vrijwilligers, buddies die lange trajecten doen en in leven van jongeren blijven, . Dus moeten dat faciliteren en mogelijk maken.

“Als ze naar huis gaan en ze hebben een hobby, dan proberen we ervoor te zorgen dat we die hobby kunnen laten doorlopen. Dat vinden we nog belangrijker dan de vrijetijdsinvulling in het centrum zelf.”
coördinator, OOOC

Bespreek

Het is belangrijk om de ideeën af te toetsen aan wat de betrokkenen (jongeren, directie, pedagogen, leefgroepbegeleiders, vrijwilligers …) tijdens de voorbije stappen binnen en buiten de werkgroep inbrachten. Jullie kennen de jongeren erg goed. Hun vaardigheden, kennis, attitude, waarden en normen tonen ze deels in wat ze doen, zeggen en laten. Toets voldoende af bij jongeren en hun contextfiguren of ze zichzelf herkennen in de acties. Of ze die als bruikbaar ervaren.

“Bij pubers is het moeilijk om hen aan te zetten tot iets actiefs wanneer ze hier zelf niet volledig achter staan.”
stafmedewerker, OVBJ

In het persoonlijk contact met leefgroepbegeleiders is jullie communicatie afgestemd op hun talenten en beperkingen. Materiaal en acties die voor de hele organisatie wordt gemaakt, minder afgestemd is op jullie gasten. Gedrukt en geschreven woorden zijn vaker hoogdrempelig. Acties voor alle leefgroepen en begeleidingen samen, zijn minder op maat van de gasten. Rekening houden met (gezondheids)vaardigheden is niet makkelijk. Deze tips kunnen overkoepelende diensten helpen.

“Van personeel en jongeren verwachten dat ze stoppen met roken, was voor ons nog iets te ambitieus. Met kleine acties startten we om het roken te ontmoedigen. Zo hebben we bv. de rookruimte buiten minder gezellig gemaakt en hebben we samen met de jongeren beslist om niet meer in de studio’s binnen te roken.”

Denk bij acties niet enkel over groepsacties. Veel kinderen en jongeren in jeugdhulpbegeleiding hebben nood aan wat één op één tijd. Cruciaal hierin is het persoonlijk contact. We zien dit ook terugkomen in de 8 B’s. De 8 B’s zijn een instrument die helpen de toegankelijkheid van je aanbod analyseren. Reflectie over bruikbaarheid, betrouwbaarheid, bekendheid, beschikbaarheid, bereikbaarheid, betaalbaarheid, begripvolheid en begrijpbaarheid doet nadenken of je aanbod als toegankelijk ervaren kan worden door de doelgroep die je vooropstelt. Deze komen terug in stap 6 waar acties en het beleid worden geëvalueerd.

Omgekeerd moeten wij het vaak stellen met de naam van onze begeleider. Moeilijk hoor, een band opbouwen met iemand die zichzelf nooit laat zien. Jij doet dat wel. Bij ons is er ruimte voor tweerichtingsverkeer. Dat gaat over kleine dingen: de naam van je kinderen of wat je doet in je vrije tijd. […] Ze toonde me soms foto’s van haar dochters of vertelde wat ze het voorbije weekend uitgespookt had. Omdat ze zichzelf, net als jij, kwetsbaar durfde opstellen, kneedden we een sterke en oprechte band. Toen ze me eens een knuffel gaf, dacht ik: “Wauw, wat gebeurt er nu, een knuffel?” Dat doen niet zo veel begeleiders, maar dat deed zo’n deugd.
fictief Gitte in een brief naar Nadia

Actieplan

Maak een overzicht met per doelstelling alle acties en hun timing ten opzichte van elkaar.

Leg per actie vast:

  • Wat de actie precies inhoudt
  • Wie de actie zal uitvoeren / wie verantwoordelijk is voor de uitvoering
  • Wanneer deze (ten laatste) moet worden uitgevoerd
  • Hoe je de actie tot stand zult brengen
  • Hoe, aan wie en wanneer deze actie wordt gecommuniceerd
  • Hoe en wie de actie evalueert en wanneer het resultaat wordt gecommuniceerd

Versterkend werken

In de manier waarop je acties ontwikkelt en organiseert, kan ingezet worden op determinanten. Wanneer je bijvoorbeeld jongeren betrekt bij het uitdenken en uitvoeren van een actie rond gezonde voeding, zullen ze hierdoor kennis meekrijgen en zal hun attitude mogelijks al positiever worden. Bovendien mogen ze mee beslissen en uitvoeren, waardoor je hen empowert en hun zelfvertrouwen ook een flinke boost krijgt.

Het uitvoeren van de stappen in het stappenplan, is dus op zich soms al een gezondheidsbevorderende activiteit. Bovendien vermijd je door alle stappen te doorlopen zo de valkuil dat begeleiders volop zin hebben in een actie, maar er nog geen draagvlak voor is bij de gasten.

Politiserend werken

In jeugdhulp vaak het individueel werken met jongeren en hun netwerk op de voorgrond. Door politiserende taken op te nemen lever je een bijdrage aan het signaleren en mogelijk ook aanpakken van structurele drempels die kinderen en jongeren die begeleid worden door jeugdhulp ervaren.

Dat jeugdhulp worstelt met armoede maken onderzoeken al jaren duidelijk. Stijgende armoedecijfers zorgen ervoor dat meer gezinnen begeleiding nodig hebben. Ook komen gezinnen in armoede vaker terecht in meer intensieve begeleidingsvormen, zoals een plaatsing van kinderen en jongeren in een residentiële setting.

Het opnemen van taken hierbinnen, is waardevol. Enkele organisaties geven aan dat ze structureel werken niet als kernopdracht beschouwen of er nog geen visie rond hebben. Andere organisaties kijken hiervoor naar samenwerking met organisaties die zich richten op de armoedeproblematiek. Signalen worden doorgegeven via jaarverslagen, kwaliteitsverslagen, samenwerkingsverbanden met andere diensten, overlegplatformen en -raden. Ook de overheid stimuleert zo’n intersectorale samenwerkingsverbanden. Het zou goed zijn als een overheid hier ook voldoende tijd en middelen mee inzet.

Studenten deden een onderzoek en zien een nieuw en hoopgevend perspectief voor de politiserende rol van jeugdhulp. Ze zien er een erkenning van de grondrechten van gezinnen en van de nood aan structureel werken. Sociale professionals die kritisch kijken naar fundamentele machtsverschillen en sociale ongelijkheden in de samenleving. In die positie staan ze aan de zijde van de kinderen en hun gezinnen die in armoede leven. Rechtengeoriënteerde inspanningen van professionals dragen bij tot meer sociale rechtvaardigheid. Pas dan is er sprake van een politiserende jeugdhulpverlening. Organisaties als Cachet wegen op het beleid. Dit zie je ook hier terugkomen in het recht op een gezond leven en de capabilities benadering.

In deze stap leggen we sterk de nadruk op deskundigheid, leiderschap en samenwerking. Communicatie is opnieuw belangrijk om zaken af te toetsen en constructief uit te denken.

Hulmiddelen om deze stap te doen slagen:

Check of je deze stap goed doorlopen hebt:

  • Is er per strategie minstens één actie uitgewerkt?
  • Is er per doelstelling minstens één actie uitgewerkt?
  • Is er een actieplan met daarin alle toegankelijke acties?