Hoe kijkt Vlaams Instituut Gezond Leven vzw naar de e-sigaret?

Gezond Leven staat achter de twee bestaande adviezen van de Hoge Gezondheidsraad over de risico’s en mogelijke opportuniteiten van de e-sigaret.

Wij benaderen de e-sigaret in de eerste plaats vanuit de insteek van publieke gezondheid en de risico’s van vapen voor jongeren. We zetten sterk in op het ontmoedigen van alle vormen van nicotinegebruik door minderjarigen. Daarnaast volgen we de wetenschappelijke onderbouwing op over de e-sigaret als rookstopmiddel, over de gezondheidsschade van vapen op zich en over het relatieve gezondheidsrisico van vapen ten opzichte van tabak roken.

Jongeren en nicotinegebruik

Het aantal jongeren dat vandaag rookt neemt af, en dat is goed nieuws, maar toch blijft het nicotinegebruik van deze leeftijdsgroep de laatste jaren vrij stabiel. Veel jongeren die nicotine inhaleren, roken bovendien niet alleen, maar vapen ook. Dat zijn de twee opvallendste conclusies van het onderzoek dat we samen met de VAD uitvoerden. Willen we een nicotinevrije generatie creëren, dan zijn extra maatregelen nodig die niet alleen het gebruik van de tabakssigaret, maar ook dat van de e-sigaret terugdringen.

We moeten ten eerste het nicotinegebruik van jongeren in zijn geheel aanpakken. Roken én vapen horen daarbij samen bekeken en bestreden te worden. Het doel is niet alleen dat jongeren stoppen met het roken van tabak, maar ook dat ze geen nicotineverslaving ontwikkelen via e-sigaretten of andere producten.

Vandaag gebruikt de meerderheid van jonge gebruikers beide: ze roken én vapen. Preventie en sensibilisering mogen daarom nooit focussen op slechts één nicotineproduct.

Waarom gebruiken jongeren beter geen nicotine? Drie redenen

  1. het heeft mogelijk een effect op de hersenontwikkeling;
  2. het heeft een verslavend effect;
  3. alle jongeren ook de meest kwetsbare, hebben recht op een nicotinevrije start.

Welke maatregelen kunnen we nemen om het e-sigaretgebruik van jongeren terug te dringen?

Strikter reguleren waar en hoe e-sigaretten kunnen aangekocht worden. Hoe?

  • E-sigaretten slechts in een beperkt aantal verkooppunten te koop aanbieden, met name in krantenwinkels en gespecialiseerde vapeshops. E-sigaretten zijn vandaag te ruim verkrijgbaar, onder meer daardoor is de handhaving van de bestaande wetgeving moeilijk. (De beperking van de verkoop van tabaksproducten moet natuurlijk gelijkaardig zijn, tabaksproducten mogen immers niet gemakkelijker verkrijgbaar zijn dan e-sigaretten).
  • Effectieve handhaving van het wettelijk verbod op de verkoop aan minderjarigen en strengere sanctionering bij overtreding, zoals hoge boetes en tijdelijke sluitingen, zijn eveneens nodig vandaag. De huidige verkooppunten moeten de wettelijke leeftijdsgrens strenger controleren.
  • Ook handhaving van het online verkoop- en reclameverbod en de strijd tegen alle vormen van illegale verkoop offline zijn essentieel. Er moet een goed onderscheid gemaakt worden tussen het legale circuit, dat strikter moet gereguleerd worden in het kader van het ontmoedigen van jongerengebruik, en het illegale. Jongeren kopen vandaag hun e-sigaretten vandaag wellicht vaker via kanalen online (en andere circuits) dan via reguliere winkels. Online komen ze ook in contact met (de in ons land verboden) marketing voor e-sigaretten. We hebben het over de sociale media en het verkoopplatform van onder andere TikTok. De providers van deze platforms moeten verantwoordelijk worden gesteld voor verboden content en handelspraktijken.

Strikt beperken van alle vormen van marketing en branding van e-sigaretten die in het reguliere en dus legale circuit verkocht worden. Het gaat dan over  de uitstraling, vormgeving, verpakking … van deze producten. Meer bepaald moeten alle elementen die niet op volwassen rokers maar op minderjarigen gericht zijn verboden worden. E-sigaretten mogen op geen enkele manier gericht zijn op jongeren via cartoons, frivole verpakkingen, heldere kleuren, uitstraling, taalgebruik eromheen, beschrijving van smaakjes …. De uitstraling en vormgeving van de producten moet zijn: alleen voor volwassen rokers!

Dit is ook belangrijk in het debat over de smaakjes van e-sigaretten (e-vloeistoffen): maak een onderscheid tussen de smaakjes zelf en de beschrijving/omschrijving ervan via de verpakking, branding, handelsmerken die de smaak beschrijven … Want beschrijvingen van smaakjes zijn zelf een specifieke manier van marketing en branding. Ze kunnen onderscheiden worden van andere dimensies zoals het chemische recept (dat een smaakje uitmaakt en dat onderwerp is van productveiligheid) en een sensorisch kenmerk (‘appel’, ‘munt’ …).

Meer inzetten op preventie en op het informeren van jongeren op maat via scholen en in campagnes. Hier is de strijd immers nog niet gestreden. Het blijft zinvol om jongeren vandaag te motiveren om niet nicotinevrij te blijven en/of om experimenteel gebruik niet te laten uitmonden in regelmatig gebruik. Ook moeten we ouders motiveren om te stoppen met roken en om het goede voorbeeld te geven, want rook- en vapegedrag van jongeren hangt zeer sterk samen met het rookgedrag van de ouders. Bij Gezond Leven hebben we alvast een mooi aanbod om ouders en scholen hierin te ondersteunen.

Welke rol kan de e-sigaret spelen voor volwassen rokers?

Naast het jongerendebat over vapen is het belangrijk om de mogelijke opportuniteiten van de e-sigaret voor volwassen rokers te erkennen, zoals de Hoge Gezondheidsraad dat ook doet in zijn meest recente advies over de e-sigaret.

De e-sigaret is ten eerste een effectief rookstopmiddel, er is degelijk wetenschappelijk onderzoek voorradig om dat te onderbouwen. Na ‘stoppen zonder specifieke methode of hulp’ is de e-sigaret ook de methode die dagelijkse rokers in ons land het meest gebruikten bij hun laatste stoppoging. Bijna 1 op 4 van hen deed er een beroep op (23,7%).

Er zijn in Vlaanderen zes rookstopmethoden en hulpmiddelen die we aanbevelen aan de roker die een stoppoging wil doen: de tabakoloog, Tabakstop, rookstopmedicatie, de huisarts en apotheker, Allen Carr en de e-sigaret met nicotine. 

De e-sigaret wordt ten tweede ook als minder schadelijk voor de gezondheid ingeschat dan tabak roken. Op basis van de huidige wetenschappelijke stand van zaken kan geconcludeerd worden dat de e-sigaret een fractie van de risico’s van tabak roken heeft voor zover gebruikt op de korte en middellange termijn (max. 1 jaar gebruik). Wat gebruik op de langere termijn betreft ontbreken wetenschappelijke gegevens op dit moment. 

Ons advies aan rokers die willen gaan vapen is om de e-sigaret alleen als rookstopmiddel te gebruiken. Het is een goed instrument om eerst het roken van tabak af te zweren. Daarna, als men stevig genoeg in de schoenen staat, is het belangrijk om ook te stoppen met vapen zelf.

Vandaag weten veel rokers (nog steeds) niet dat de e-sigaret op korte en middellange termijn een stuk minder schadelijk voor de gezondheid is dan tabak roken. Hun risicoperceptie is fout. Bij rokers in een maatschappelijk kwetsbare positie is dat nog meer zo.

De Hoge Gezondheidsraad (HGR) pleit ervoor om rokers te informeren over de belangrijkste kernboodschappen van zijn meest recente advies over de e-sigaret (zie hierover het advies zelf, p. 1-2). Uit het  kwalitatieve onderzoek TabakTalks, door Sciensano uitgevoerd in opdracht van het Vlaams Instituut Gezond Leven, blijkt opnieuw dat rokers nog onvoldoende bekend zijn met deze boodschappen. Kennis ervan is relevant, in het bijzonder voor rokers die zichzelf niet meteen in staat achten om te stoppen met nicotinegebruik of die niet willen stoppen met roken, maar wel gezondheidswinst willen boeken.

Gezond Leven volgt de HGR als die stelt dat rokers geïnformeerd moeten worden over het relatieve risico van de e-sigaret ten opzichte van roken en ten opzichte van niet-roken en over het potentieel van de e-sigaret als rookstopmiddel (p. 24 advies). Rokers moeten volgens de HGR via diverse kanalen op de hoogte kunnen raken van essentiële eigenschappen (lager risico en rookstopmiddel) en correcte info over de e-sigaret: via inserts met een positieve en motiverende boodschap over de e-sigaret (zie p. 10), via de verkooppunten, via (gezondheids)professionals, via de rookstoporganisaties en dergelijke (zie p. 11, 24).  Mispercepties moeten worden bijgestuurd. Er moet gestreefd worden naar een correcte communicatie met de roker, waarbij gewezen wordt op het feit dat ook de e-sigaret gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, maar veel minder dan tabaksrook, dat vapen minder schadelijk is dan roken en dat de e-sigaret een positieve rol kan spelen bij het stoppen met roken van tabak (p. 25). De HGR wijst ook op het essentiële onderscheid tussen tabak en nicotine (zie p. 2, 7, 8, 9, 19 van het advies). Zowel tabaks- als nicotinegebruik moeten ontmoedigd worden volgens de HGR, maar de prioritaire strijd moet gaan naar tabak. Waakzaamheid is geboden dat het ontmoedigen van nicotinegebruik het verminderen van de tabaksprevalentie en de strijd tegen tabak niet in het gedrang brengt (zie p. 2, 7, 9).

Een volwassen roker die stopt met tabak roken en die overschakelt naar alleengebruik van de e-sigaret is voor ons een gestopte roker.

Ook het beleid dat de e-sigaret reguleert moet volgens ons rekening houden met het lagere gezondheidsrisico. Het beleid moet voldoende risicogerelateerd zijn: gerookte tabak moet harder aangepakt worden en strenger worden gereguleerd dan de e-sigaret (niet omgekeerd). Het ‘continuum of risk’ – het onderscheid tussen nicotineproducten met een zeer hoog risico (gerookte tabak) en nicotineproducten met een lager risico (e-sigaret) – wordt ook breed erkend in de wetenschappelijke wereld.

Een evenwichtig beleid zet sterk in op het ontmoedigen van alle vormen van nicotinegebruik door jongeren – dat is een prioriteit! -, maar erkent tegelijk de potentieel positieve rol van de e-sigaret voor volwassen rokers.