De reflectievragen bij de geluksdriehoek kunnen mensen aan het denken zetten en kunnen dienen als basis voor een gesprek over (on)geluk. Hoe kan je oppikken dat iemand tekenen van een verlaagd mentaal welbevinden vertoont en nood heeft aan een (motiverend) gesprek of verdere ondersteuning? En hoe kan dat gesprek er dan uitzien? We reiken per onderdeel van de geluksdriehoek mogelijke signalen en concrete richtvragen aan.

Jezelf kunnen zijn

In't kort

Tienter trap

Jezelf kunnen zijn gaat over jezelf aanvaarden en een positieve houding aannemen over jezelf, ook in relaties met anderen. Je kent jezelf (Wie ben ik? Waar ben ik trots op?). Vanuit die aanvaarding kan je gemakkelijker een richting kiezen in het leven (Wat wil ik? Wat is mijn doel? Wat maakt mijn leven waardevol?). Je kunt min of meer je eigen weg volgen, zonder dat je je laat leiden door sociale druk. Je hebt controle over je gedachten en gedrag. Dat laat je toe om open te staan voor nieuwe ervaringen.

De competenties en reflectievragen

Jezelf kunnen zijn heeft te maken met de competenties ‘betekenisgeving’, ‘positieve mindset’ en ‘engagement voor persoonlijke doelen’. Ze zitten vervat in volgende vragen:

Signalen van verminderd welbevinden rond dit bouwblok

Teruggetrokken gedrag

    "Ik ga liever niet naar sociale evenementen. Ik voel me daar toch nooit op mijn gemak."
    "Ik trek me vaak terug, want ik heb het gevoel dat ik er niet echt bij hoor."
    "Als mensen naar mijn persoonlijke leven vragen, weet ik nooit wat ik moet zeggen. Het voelt ongemakkelijk."

    Laag zelfvertrouwen

      "Ik vraag me soms af of ik wel goed genoeg ben in wat ik doe."
      "Ik stel dingen uit omdat ik bang ben dat ik het toch niet kan."
      "Waarom zou ik dat proberen? Er zijn anderen die het veel beter kunnen."

        Zoekend

          "Soms weet ik echt niet wie ik ben of waar ik voor sta."

          "Ik pas me vaak aan aan wat anderen willen, maar dan vraag ik me af of dat eigenlijk wel is wie ik echt ben."
          "Ik voel me verloren. Het lijkt alsof ik leef voor de verwachtingen van anderen en niet voor mezelf."

            Ontevredenheid – negativiteit

            "Ik ben vaak gewoon niet tevreden over hoe mijn leven eruitziet."
            "Ik kan soms niets vinden waar ik echt blij van word."
            "Het voelt alsof ik gewoon doordraaf, maar dat er niet echt iets in mijn leven is waar ik naar uitkijk."

              Moeite hebben met het stellen van doelen

                "Ik heb geen idee wat ik wil bereiken in de toekomst. Het voelt allemaal zo zinloos."
                "Ik zie mezelf niet echt doelen stellen. Waarom zou ik moeite doen als het toch niet uitmaakt?"
                "Ik zou niet eens weten waar ik moet beginnen als ik aan de toekomst denk."

                Je goed voelen

                In't kort

                Veerkracht

                Je goed voelen gaat over je ‘emotioneel’ goed in je vel voelen. Dat betekent in de eerste plaats dat je positieve gevoelens kunt ervaren: plezier beleven, interesse hebben in het leven, energie hebben om dingen aan te pakken. Maar het gaat ook over een veel ruimer gevoel van levenstevredenheid: je ervaart innerlijke rust, je hebt het gevoel dat je wensen en behoeften grotendeels vervuld worden. Ook minder positieve gevoelens hebben een plek in dit bouwblok: ze kunnen én mogen er zijn.

                De competenties en reflectievragen

                Je goed voelen heeft te maken met de competenties ‘aandachtig, niet beoordelend aanwezig zijn in het hier en nu’, ‘mild zijn voor jezelf’ en ‘emotioneel evenwicht bereiken’. Ze zitten vervat in volgende vragen:

                Signalen van verminderd welbevinden rond dit bouwblok

                Afwezig lijken te zijn, moeilijk te betrekken in het huidige moment of moeite hebben met het loslaten van zorgen en stress

                  “Ik kan me nooit echt ontspannen.”
                  “Mijn gedachten dwalen altijd af.”
                  "Ik merk dat ik constant bezig ben met wat er nog moet gebeuren."
                  "Ik slaap slecht omdat ik steeds aan mijn takenlijst denk."
                  "Ik ben bang dat ik iets belangrijks vergeet."

                  Streng zijn voor zichzelf, vaak tekortkomingen benoemen of moeite hebben met het accepteren van fouten

                    "Ik ben nooit tevreden met wat ik doe."
                    "Ik maak altijd fouten."
                    "Anderen doen het vast beter dan ik."
                    "Ik moet echt beter mijn best doen; dit is weer typisch iets voor mij."
                    "Ik kan mezelf niet vergeven als ik een fout maak."

                    Voornamelijk focussen op negatieve aspecten van situaties, moeite hebben met het zien van positieve zaken of pessimistisch zijn over de toekomst

                      "Alles gaat altijd mis."
                      "Ik zie geen lichtpuntjes in mijn situatie."
                      "Ik denk niet dat het ooit beter wordt."
                      "Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst echt gelukkig was."
                      "Ik zie de toekomst niet positief in, nee.”

                      Goed omringd zijn

                      Fotolia 151441301 L kopie

                      In ’t kort

                      Goed omringd zijn verwijst naar het gevoel dat je warme en vertrouwelijke relaties hebt met de mensen om je heen. Je voelt je oprecht bij hen betrokken. Je weet dat je op hen kan rekenen wanneer nodig en je steunt hen ook als zij jou nodig hebben.

                      De competenties en reflectievragen

                      Goed omringd zijn heeft te maken met de competenties ‘werken aan verbondenheid’, ‘relationeel en sociaal betrokken zijn’ en ‘dankbaarheid, medeleven en vergiffenis’. Ze zitten vervat in volgende vragen:

                      • Bij wie vind je steun?
                      • Hoe beteken jij iets voor anderen?
                      • Waar ben je dankbaar voor?
                      • Ben je tevreden met het aantal mensen in je leven?
                      • Zijn deze relaties betekenisvol of eerder oppervlakkig?
                      • Zijn er mensen in je leven met wie je je echt verbonden voelt?
                      • Hoe zou je je huidige relaties beschrijven?
                      • Zijn er conflicten of spanningen in je omgeving waar je over wilt praten?
                      • Wat vind je belangrijk in vriendschappen of familierelaties?
                      • Kun je enkele mensen in je leven noemen voor wie je dankbaar bent?
                      • Hoe uit je waardering en dankbaarheid naar anderen toe?
                      • Zijn er momenten waarop je je verbonden hebt gevoeld en daar dankbaar voor bent?

                      Signalen van verminderd welbevinden rond dit bouwblok

                      Spreken over eenzaamheid, teruggetrokken zijn

                        “Ik heb niemand.”
                        “Ik kom eigenlijk maar weinig buiten.”
                        “Ik ken wel veel mensen, maar niemand kent míj echt.”

                        Moeite hebben met het aangaan van relaties

                          “Ik heb moeite om vrienden te maken.”
                          “Vriendschappen onderhouden, ik vind dat moeilijk.”
                          “Ik wacht op een berichtje van een ander. Zelf iets laten weten vind ik spannend.”

                          Negatief spreken over relaties, eenzijdige blik hebben op relaties

                            “Andere kwetsen me toch maar.”
                            “Altijd gedoe met die mensen.”
                            “Ik heb met iedereen ruzie.”
                            “Aan die mensen heb ik helemaal niets.”
                            “Dat is toch maar normaal dat die dat voor mij doen?”

                            De oranje bol

                            Oranje bol

                            In ’t kort

                            De oranje bol staat symbool voor de zaken die ons uit balans kunnen brengen. Dat is niet erg: je moet en kan je niet altijd gelukkig voelen. Soms is de bol groter, soms is hij heel klein. Weet dat de bol er is en stoor je er niet aan. Er is altijd wel iets dat je uit balans brengt. En dat is oké.

                            De competenties en reflectievragen

                            Hoe sterk je uiteindelijk uit balans geraakt, hoe sterk jouw geluk te lijden heeft onder druk, tegenslagen en veranderingen, hangt af van hoe veerkrachtig je op dat moment bent. Heel wat vaardigheden of competenties die bijdragen aan ons geluksgevoel, dragen ook bij aan meer veerkracht. Toch zijn er drie bijkomende competenties die in het bijzonder belangrijk zijn om veerkrachtig in het leven te staan: ‘emotie- en stressregulatie’, ‘flexibiliteit’ en ‘omgaan met tegenslagen’.

                            Met de volgende vragen kan je peilen naar deze competenties:

                            • Hoe ga je om met stressvolle situaties?
                            • Welke emoties ervaar je vaak, en hoe ga je ermee om?
                            • Hoe ga je om met spanning of stress?
                            • Hoe ga je om met (plotse) veranderingen?
                            • Hoe kijk je naar het maken van fouten?
                            • Wat is je reactie als dingen niet gaan zoals gepland?

                            Signalen van uit balans zijn

                            Overweldigd worden door emoties

                              “Ik voel me constant gespannen.”
                              “Het kleinste dingetje kan me doen ontploffen.”
                              "Ik word zo snel emotioneel, ook om de kleinste dingen."
                              "Soms voel ik me gewoon leeg, maar de volgende dag kan ik weer alles tegelijk voelen."

                              Moeite om zich aan te passen

                              “Normaal gezien doet me dat deugd, maar de laatste tijd niet meer. En ik weet niet wat ik anders kan doen.”
                              “Ik zie geen andere mogelijkheden.”
                              "Ik probeer wel anders te reageren, maar val steeds terug in hetzelfde patroon."
                              "Zelfs kleine veranderingen zijn me te veel de laatste tijd.”

                              Moeite om om te gaan met tegenslag

                              “Ik ben zo boos op mezelf als iets niet lukt.”
                              “Dan weet ik geen blijf met mezelf.”
                              "Als iets misgaat, kan ik het niet loslaten. Het blijft in mijn hoofd hangen."
                              "Ik wil het graag goed doen, en als dat niet lukt, voel ik me meteen gefaald."
                              "Eén tegenslag voelt soms alsof alles fout gaat, ook al weet ik dat dat niet echt zo is."

                              Gevoel van machteloosheid

                              "Ik heb het gevoel dat ik de controle over mijn leven kwijt ben."
                              "Ik probeer alles te regelen, maar het lijkt alsof niets helpt."
                              "Het voelt alsof ik in een cirkel loop en geen controle heb op wat er gebeurt."

                              Frustraties en irritaties

                              "Ik kan het niet hebben als dingen niet lopen zoals ik het wil."
                              "Ik raak snel geïrriteerd, zelfs door mensen waar ik normaal geen problemen mee heb."
                              "Het kleinste probleem kan me al frustreren, en dan reageer ik veel te fel."

                              Gebruik je KRACH-T

                              Ook (gezondheids)professionals die niet zo veel tijd hebben om lange, diepe gesprekken te voeren, kunnen in een kort gesprek iets betekenen voor de persoon die voor hen zit.

                              Een kort gesprek met een professional over gezondheid kan mensen namelijk stimuleren om hun gedrag positief te veranderen, ook op vlak van mentaal welbevinden. Het KRACH-T model geeft handvaten om zo’n gesprek op te bouwen.

                              Via KRACH-T werk je aan motivatie en volg je het ritme van de persoon met het oog op gedragsverandering. Neem tijd om KRACH-T volledig te doorlopen en kom er bij een volgend consult of gesprek op een ondersteunende manier op terug. Weet wel dat zichtbare gedragsverandering tijd vraagt.

                              Kracht final alg2