Hoe lang zit de Vlaming elke dag stil? Om altijd mee te zijn met de nieuwste wetenschappelijke inzichten, volgen we de binnen- en buitenlandse literatuur over lang stilzitten nauwgezet op. Duik je mee in de recente resultaten? 

Volwassenen (18 t.e.m. 64 jaar)

Op dit moment zijn er geen recente cijfers op basis van objectieve metingen beschikbaar. De cijfers van de Gezondheidsenquête, de Preventiebarometer en de Belgische nationale Voedselconsumptiepeiling brengen wel het zitgedrag in kaart aan de hand van een bevraging.

Volgens de Gezondheidsenquête van 2023-2024 zitten Vlamingen van 15 jaar en ouder 6 uur en 9 minuten per dag. Dat is vergelijkbaar met de cijfers uit 2018. Maar liefst 55% van de Vlamingen geeft aan dat hun werk vooral uit zittende en staande activiteiten bestaat. 

Uit de Preventiebarometer van 2025 blijkt dat de Vlaamse bevolking gemiddeld 6 uur en 11 minuten per dag zit. De hoeveelheid stilzitten bleef stabiel ten opzichte van de vorige bevraging in 2022. Omdat de vraagstelling in beide bevragingen niet volledig identiek was, moet deze vergelijking wel met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Gemiddeld zitten vooral 18-24-jarigen, personen met obesitas en mensen die onvoldoende bewegen langer. Onvoldoende bewegen is wekelijks minder dan 150 minuten matig tot hoog intensief bewegen en minstens twee dagen per week spier- en botversterkende activiteiten doen.  

Tijdens de week zitten vooral 18-34-jarigen, studenten en personen met een diploma hoger onderwijs het meest. In het weekend zitten personen met maximaal een diploma secundair onderwijs, personen met obesitas of overgewicht en mensen die moeilijk rondkomen vaker. 

De Belgische nationale Voedselconsumptiepeiling (verder afgekort als VCP) heeft in 2014-2015 en in 2022-2023 een steekproef van Vlamingen bevraagd over hun zitgedrag. Hieruit blijkt dat de dagelijkse hoeveelheid zitten vrijwel onveranderd is gebleven: van gemiddeld 6 uur en 48 minuten per dag in 2014-2015 naar 6 uur en 43 minuten. 
 

Wanneer zitten we het meest?
 

Als we werken. Zo brengen Vlaamse bedienden en kaderleden maar liefst 70% van hun werktijd door op hun bureaustoel (De Bourdeaudhuij et al., 2013). Dat is 5,5 uur per dag, die ze maar vier keer onderbreken om de benen te strekken. Ook recente cijfers bevestigen dit beeld. Uit de Preventiebarometer (2025) blijkt dat Vlamingen op werkdagen gemiddeld 6 uur en 39 minuten zitten, tegenover 6 uur en 5 minuten op een weekenddag. De VCP (2022-2023) laat een gelijkaardig patroon zien: op weekdagen zitten Vlamingen gemiddeld 7 uur en 7 minuten, evenveel als in 2014-2015. In het weekend lijkt de zittijd te zijn afgenomen, van 5 uur en 58 minuten naar 5 uur en 42 minuten, maar deze daling is niet statistisch significant. 

Ook als we niet aan het werk zijn, zitten we veel. Uit de VCP (2022-2023) blijkt dat Belgen veel schermen gebruiken in hun vrije tijd: op weekenddagen rapporteert 41% van de volwassenen meer dan 4 uur schermtijd per dag, terwijl dit op weekdagen 33% is.

Ouderen (65-plussers)

Ook voor ouderen zijn geen recente cijfers op basis van objectieve metingen beschikbaar, maar de Gezondheidsenquête van 2023-2024 onderzocht wel hun zitgedrag. Volgens deze studie spenderen 65- tot 74-jarigen gemiddeld bijna 6 uur per dag aan zitten of rusten. Bij 75-plussers loopt dit op tot gemiddeld 7 uur en 23 minuten. Dat verschil tussen beide leeftijdsgroepen is ook te zien in de Preventiebarometer van 2025. Daar gaven de 65-75-jarigen aan dat ze gemiddeld 5 uur en 27 minuten zitten en de 75-plussers 6 uur en 23 minuten.

De VCP (2022-2023) ging aan de hand van de schermtijd na hoeveel ouderen stilzitten. En dat is heel wat! Bijna de helft van hen rapporteert 4 uur of meer schermtijd per dag. En zowel op weekdagen als in het weekend zitten meer mannen 4 uur per dag of langer achter een scherm (55% op weekdagen, 57% in het weekend) dan vrouwen (42% op weekdagen, 39% in het weekend). 

Kleuters, kinderen en jongeren (6 t.e.m. 17 jaar)

De Health Behaviour Change Studie focust op Vlaamse kinderen en jongeren. Uit dit onderzoek blijkt dat leeftijd en geslacht een bepalende rol spelen. Enkele cijfers uit 2022:

  • 5% van de 11- tot 18-jarige jongeren rapporteert niet meer dan 2 uur schermtijd per dag (dit is de gezondheidsaanbeveling), zoals televisie, video’s en andere ontspanning op een scherm. Dit aandeel is gelijk bij jongens (4,9%) en meisjes (5%).
  • Neem je de periode van 2014 tot 2022 onder de loep? Dan zie je geen goede evolutie. In 2014 behaalde nog 10,5% van de jongens de aanbeveling, bij de meisjes was dit 11,6%. In 2018 was de prevalentie voor jongens en meisjes afzonderlijk nog respectievelijk 6,6% en 9,1%.
  • 11- tot 12-jarigen zijn duidelijk minder met schermpjes bezig dan de oudere adolescenten: 11,9% van de 11- tot 12-jarigen haalt de aanbeveling. Bij de 17- tot 18-jarige jongeren is dit slechts 2%. 

 

Uit de VCP (2022-2023) bleek dat 10-17-jarige Vlaamse jongeren in totaal gemiddeld 8 uur en 56 minuten per dag zitten. Bij kinderen en jongeren werd dit gemeten met beweegmeters (accelerometers). Op weekdagen zitten ze duidelijk meer dan in het weekend (gemiddeld 9 uur en 10 minuten op een weekdag versus 8 uur en 21 minuten op een weekenddag). 

Volgens diezelfde studie zitten 3- tot 9-jarige Vlaamse kleuters en kinderen per dag gemiddeld 6 uur en 34 minuten. Op weekdagen zitten zij duidelijk meer dan in het weekend (gemiddeld 6 uur en 46 minuten op een weekdag versus 6 uur en 16 minuten op een weekenddag). 

Kleuters (3 t.e.m. 5 jaar)

Kleuters mogen maximaal 1 uur per dag voor een scherm doorbrengen. Volgens de VCP (2022-2023) gaat 48% van de Vlaamse kleuters daar elke weekdag over. En tijdens het weekend is het hek helemaal van de dam. Op zaterdag en zondag zit liefst 78% van de kleuters meer dan een uur per dag voor het scherm. Deze cijfers mogen wel niet zomaar worden veralgemeend vermits het hier maar om een bevraging bij een kleine 70 kleuters gaat.

Preventiepeiling

De Preventiepeiling is een driejaarlijkse grootschalige online bevraging die in 12 verschillende settings, zoals onderwijs, kinderopvang, ondernemingen, lokale besturen en diverse zorg- en welzijnsvoorzieningen nagaat wat deze organisaties doen voor hun doelgroep rond verschillende gezondheidsthema's en hoe ze ervoor zorgen dat hun preventief gezondheidsbeleid succesvol is. Ook concrete acties en initiatieven om in te zetten op het thema sedentair gedrag komt in elke bevraging aan bod. Hierbij vormde de bewegingsdriehoek de basis voor de inhoud van de vragen (bv. wat doen scholen zodat leerlingen niet te lang onafgebroken stilzitten?)