Welke sport kiezen voor je kind?

De meeste lagereschoolkinderen bewegen graag: buiten spelen, skeeleren, zwemmen … Velen starten ook vanaf de lagere school of vroeger met georganiseerde sportactiviteiten in een club. Een goede keuze is belangrijk. Kinderen houden een activiteit maar vol als ze het echt leuk vinden en als hun ouders erachter staan. Laat hen daarom iets kiezen wat ze graag en vol overtuiging doen. Anders haken ze in 1-2-3 af.

Hou rekening met het karakter van je kind als je een sport of activiteit kiest. Verlegen kinderen moeten niet per se in hun eentje sporten. Een teamsport kan hen juist helpen om hun sociale vaardigheden te ontplooien, om beter met andere kinderen te kunnen omgaan. Zelfs in sportclubs voor individuele sporten leert het kind of de jongere nieuwe vrienden kennen dankzij groepsopdrachten (bv. samen op zwemstage gaan, samen delen in winst en verlies …).
Tip: probeer te achterhalen of je kind eerder recreatief of competitief wil sporten. Kinderen die alleen willen sporten uit plezier, om samen te zijn met vrienden of die minder actief zijn, verkiezen bijvoorbeeld meestal recreatief sporten.

Let op met belastende sporten of activiteiten voor kinderen met (beginnend) overgewicht. Fietsen of zwemmen zijn aanraders: ze belasten de gewrichten minder wat ervoor zorgt dat kinderen het wellicht leuk vinden.
Twijfel je over het gewicht van je kinderen? Doe ze niet tegen wil en dank intensief sporten of zet ze niet zomaar op dieet. Vraag eerst advies aan je arts of diëtist(e).

Sporten in een club? Geen must!

Niet alle kinderen willen sporten in clubverband. Geen paniek: er zijn genoeg actieve, leuke dingen om te doen:

  • De school of gemeente heeft meestal een gevarieerd aanbod aan beweegactiviteiten.
  • Misschien ligt de jeugdbeweging je kind goed? Ook daar staan actie en beweging centraal. In tegenstelling tot vele sportclubs ligt de nadruk daar op plezier en een goede teamgeest, en niet op competitie en prestatie. De meeste jeugdbewegingen vinden het oké als je kind een paar keer komt proberen.
  • Wil je kind allerlei activiteiten samen doen? Dan is de grabbelpas een idee. Je koopt dit pasje bij een van de deelnemende jeugddiensten en het geeft je toegang tot een unieke combinatie van sport, spel, creativiteit, knutselen, uitstappen, film, theater, circus …

    Jongeren willen alsmaar meer zelf beslissen en hun vrienden worden belangrijker in de keuzes die ze maken. Op deze leeftijd stoppen velen, vooral meisjes, met sporten, om verschillende redenen. Veel jongeren zijn, ook al tonen ze iets anders, onzeker. Hun zelfbeeld krijgt (even) een deuk en ze vertrouwen niet meer in hun eigen kunnen. Bovendien worden tv en computer nog belangrijker waardoor jongeren vaak te veel zitten. Of ze krijgen andere interesses, kunnen (competitie)sport niet meer combineren met schoolwerk en andere hobby’s …
    Het is belangrijk om te blijven zoeken naar en open te staan voor welke activiteiten jongeren graag doen. Als je kind iets moet doen waar hij/zij zelf geen zin in heeft, zal het gauw afhaken. Ze kiezen dus best zelf wat ze willen doen en vaak volgen ze daar hun vrienden of vriendinnen in.

    Andere jongeren gaan op deze leeftijd juist erg op in hun sport en de competitie die daar eventueel bij komt kijken. Je kan niet tegenhouden dat je kind gedreven wil sporten, maar help hem of haar om realistisch te blijven. Jongeren die vanuit zichzelf of onder invloed van de omgeving (trainer, vrienden, ouders …) te hoge verwachtingen stellen, krijgen mogelijk te maken met teleurstellingen en faalangst. Topsporters kunnen rolmodellen zijn, maar toon je kind ook dat topsport heel wat opofferingen vraagt van de sporter en zijn of haar omgeving, zoals jarenlang vijf ochtenden per week voor de lesuren alleen het koude zwembad induiken, niet naar elk verjaardagsfeestje kunnen, op je voeding moeten letten ...

    Gaan ze volledig voor hun sport ten koste van de school? Een goede planning en afspraken zijn dan nuttig. Plaats sport altijd naast andere dingen die ook belangrijk zijn in het leven van je kind, zoals school, spelen met vrienden, familie, jeugdbeweging …
    Of maak je je zorgen over hun gezondheid? Jongeren die sporten, hebben voldoende energie nodig. Dat vraagt geen speciale sportdrank of sportvoeding: ze behouden best gewoon een gezond eetpatroon. Ook daar loopt het soms mis bij jongeren. Ze eten bijvoorbeeld te veel fastfood en slaan maaltijden over. Blijf met je kind praten als je dit opmerkt.

    Begint je kind net heel veel te sporten, dan is dat misschien om af te vallen. Als je dergelijke signalen opmerkt, spreek je daar misschien best je huisdokter of diëtist(e) over aan.

    Betrek kinderen maximaal

    Zoals hierboven aangegeven willen jongeren alsmaar meer zelf beslissen. Ze kiezen graag zelf wat ze willen doen en vaak volgen ze daar hun vrienden of vriendinnen in. Maar ook bij lagere schoolkinderen is het belangrijk dat ze hun zegje mogen doen over beweegactiviteiten en dagelijkse taken. Ze merken dat je rekening houdt met hen, zullen ze zich medeverantwoordelijk voelen en de afspraken die ze zelf maakten meer respecteren.

    Hoe geef je kinderen een actieve inbreng? Enkele voorbeelden:

    • Laat je kind helpen bij het opstellen, opruimen of proper maken van het (speel)materiaal.
    • Vraag je kind zijn mening bij het bedenken van beweegactiviteiten, en het opbouwen en inrichten van speelmateriaal.
    • Betrek de kinderen ook bij dagelijkse huishoudtaken zoals de tafel afruimen, winkelen, was ophangen, stofzuigen, …

    Beweeg samen

    Vooral jongere kinderen vinden het leuk om samen met hun ouders iets te doen: de hond uitlaten, met de fiets boodschappen doen, in de tuin werken …
    Jongere kinderen die minder actief spel verkiezen kan je stimuleren door eens een actiever vriendje uit te nodigen.

    Jongeren ontgroeien misschien wel de spelletjes, maar regelmatig samen actieve uitstappen doen blijft wel interessant. Samen bewegen en spelen kan de onderlinge band tussen ouders en kinderen versterken. Je hebt vaak spontaner een leuk gesprek met je kinderen en het zorgt voor een positieve sfeer. Door samen te bewegen kan je elkaar aanmoedigen en zo geef je elkaars zelfvertrouwen een echte boost. Tijdens wekelijkse wandelingen na het eten kan je tiener zijn of haar verhaal kwijt, bijvoorbeeld over de eerste prille liefde of de gebeurtenissen op school.

    Voor kinderen en jongeren wordt het samen zijn met vrienden alsmaar belangrijker. Geef hen de vrijheid om samen regelmatig op een pleintje te sporten, een eindje te gaan fietsen of skeeleren, of om bijvoorbeeld na de schooluren te sporten.

    Worden je kinderen ouder en gaan ze niet meer zo graag met jou of je partner op uitstap? Laat de kinderen mee zoeken naar een uitstap of vakantie en laat ze mee beslissen. Zo zullen ze meer zin hebben om mee te gaan. Kinderen en jongeren vinden vakanties waar ze veel kunnen zwemmen, spelen, sporten … meestal leuk, zeker met andere jongeren erbij. Zoek naar een formule waar zij die activiteiten kunnen doen, en jullie als ouders tot rust kunnen komen of culturele uitstappen, wandelingen … kunnen maken. Zo is het leuk voor iedereen.

    Motiveer en beloon met complimenten

    Motiveren

    Je kan kinderen uitleggen waarom ze best voldoende bewegen en beperkt lang stilzitten. Maar hen vertellen dat ze zo minder risico lopen op hart- en vaatziektes en diabetes later, zal hen niet overtuigen. Da's een ver-van-hun-bed-show. Dat ze plezier kunnen beleven met anderen en nieuwe vrienden maken, zich beter in hun vel zullen voelen, zich beter kunnen concentreren op school … Daar kunnen ze zich al wat meer bij voorstellen.
    Probeer het in elk geval kort te houden, want kinderen en jongeren houden niet van lange preken. En zorg dat het geen eenrichtingscommunicatie wordt.

    Luister ook naar de verhalen en ervaringen van je kind zelf. Je blijft op de hoogte en hoort hoe het hen vergaat als ze met vrienden samen zijn, in de sportclub, de jeugdbeweging, bij het buiten spelen of in hun internetwereld. Bovendien biedt een luisterend oor kinderen en jongeren de kans om hun problemen te bespreken en te leren oplossen.

    Kinderen die een fijne middag hadden buiten, vertellen meestal graag over hun avonturen. Anderzijds vindt je kind bewegen misschien niet (meer) leuk omdat het er bepaalde ideeën over heeft of minder fijne ervaringen heeft gehad. Daarnaar luisteren kan je kind helpen om te relativeren.
    De fijne verhalen komen vaak spontaan. Een ruzie, slechte training, negatief zelfbeeld of verloren spel kan heel wat negatieve emoties oproepen. En die tonen kinderen eerder via lichaamstaal of met een omwegje. Die signalen opvangen als ouder is niet altijd makkelijk. Het gedrag benoemen als je merkt dat je kind een triest gezicht trekt, kan nochtans een aanzet zijn tot een gesprek. Dan kan je best gerichte vragen stellen en rustig luisteren.

    Belangrijker dan veel uit te leggen waarom je wil dat je kind gaat bewegen en niet te veel en te lang voor het scherm zit, is wellicht nog dat je je kind gaat aanmoedigen en voor hem/haar supportert wanneer hij in actie komt. Alle kinderen zijn gevoelig voor complimenten. Zo weten ze dat wat ze deden op prijs gesteld wordt, en zullen ze het in de toekomst waarschijnlijk herhalen. Een compliment helpt kinderen ook om meer in zichzelf te geloven, wat opnieuw een motivatie is om verder actief te zijn. Moedig je kind positief verbaal aan, enkele voorbeelden:

    • Met een gezonde blos op de wangen en lichtjes puffend komt je dochter fietsend thuis. De prestatie lijkt misschien niets bijzonders want ze gaat dagelijks met de fiets naar school. Toch verdient het een stevig compliment dat ze dit elke dag zonder morren doet.
    • Jij vindt het misschien heel gewoon dat je kind op woensdagmiddag een paar uur buiten speelt, maar het mag heus wat aandacht krijgen omdat het liever actief bezig was in plaats van voor de tv of computer te zitten.
    • Supporteren doe je niet alleen aan de kant van het sportveld, ook in alledaagse activiteiten (naar school fietsen, of wanneer kind de tv uitzet zoals afgesproken) kan je je kinderen stimuleren door hen complimentjes te geven.
    • Het ene kind kijkt uit zichzelf bijvoorbeeld niet zo veel tv, waardoor je als ouder zou vergeten dat ook eens als positief te benoemen. De andere is een fanatieke gamer en verdient al een aanmoediging als hij het gamen af en toe onderbreekt om even iets anders te doen.
    • Koos je kind ervoor om te sporten, dan supporter je wellicht af en toe langs de zijlijn. Dat jij daar staat, vindt jouw kind ongetwijfeld fantastisch. Het stimuleert hem of haar enorm om verder te sporten.
    • Ga je graag op in een wedstrijd? Fantastisch! Focus hierbij zeker op positieve aanmoedigingen of constructieve feedback. Leg de nadruk op de inzet die je kind toont, het samenspel met vrienden en het plezier dat het beleeft, ook na de wedstrijd.

    Kinderen forceren om dingen te doen waar ze geen zin in hebben, heeft weinig nut. Integendeel, zo krijgen ze mogelijk nog een grotere afkeer voor alles wat met bewegen te maken heeft, misschien wel voor de rest van hun leven. Blijf wel alle kansen aangrijpen om je kind tot beweging aan te zetten.

    Bijvoorbeeld:
    De vrienden van je kind gaan elke week enthousiast naar de scouts of tennisles. En dat wou je dochter ook wel. Je schrijft haar in, ze beleeft er enkele weken plezier aan. Maar week na week wordt het enthousiasme minder, kiest ze liever voor een rustige activiteit thuis en na een tijdje voel je dat je jouw kind elke keer moet dwingen om nog deel te nemen.

    Wanneer kinderen duidelijk zelf gekozen hebben, zijn ze meestal wel enthousiast. Maar soms hebben ze geen zin om te gaan. Je mag gerust verwachten dat je kind consequent omgaat met de keuzes die het gemaakt heeft. Duidelijke afspraken hierover helpen. Samen bepalen jullie wat redenen zijn om een activiteit of training over te slaan en hoe vaak dit kan gebeuren.

    Is je kind altijd wel actief geweest, maar komt hij steeds vaker met excuses om niet met de fiets naar school te moeten of niet te gaan trainen, dan bespreek je dat best samen eens. Want het kan verschillende redenen hebben waarom je kind (even) minder zin heeft in al die actie en beweging.

    Veel kinderen, vooral jongeren, bewegen op een zeker moment opvallend minder.

    • Je kind beleeft misschien plots minder plezier aan de jeugdbeweging of het sporten. Probeer te achterhalen wat er speelt. Misschien is de groepssfeer even zoek, is er een conflict, mag je kind niet voldoende spelen …
    • Je kind ervaart misschien te veel tijdsdruk door te veel activiteiten. Mogelijk kan je kind hobby's en schoolwerk nog moeilijk combineren en moet het kiezen of beter plannen. Vergeet niet dat een kind ontspanning en vrije tijd nodig heeft en er dus mogelijk wel wat misloopt als alle tijd naar huiswerk gaat.
    • Kinderen krijgen andere interesses als ze wat ouder worden. Vrienden spelen hier een grote rol in. Ze brengen alsmaar meer tijd door samen met vrienden, al dan niet online. Stimuleer jongeren wel om op een of andere manier actief bezig te zijn als ze stoppen met hun favoriete sport of jeugdbeweging. Gun hen het samen zijn met vrienden, maar breng hen er niet altijd met de auto naartoe. Laat hen met de fiets gaan. Misschien hebben ze meer zin om samen te skaten, dansen, fietsen of wat te voetballen op het plein dan nog actief mee te doen aan georganiseerde activiteiten in de jeugdbeweging of sportclub.

    Belonen en straffen

    Belonen

    Kinderen die spel en sport leuk vinden en door hun ouders daarvoor aangemoedigd worden, hebben geen extra stimulans nodig in de vorm van materiële beloningen.

    Als je een beloning vooropstelt, probeer je ze eigenlijk te overtuigen tot iets waar ze minder zin in hebben.

    Daarom is het zo belangrijk om de juiste activiteit met zorg samen uit te kiezen. Dan komt het plezier vanzelf.

    Heb je het gevoel dat er meer nodig is om je kind te motiveren om te bewegen, dan is het vooral belangrijk dat je het goede voorbeeld geeft en dat jullie samen gaan spelen en bewegen. Denk dan eens aan een gezamenlijke activiteit zoals samen gaan zwemmen, een fietstochtje met het gezin, naar het speelterrein of 10 minuutjes op de trampoline springen. Een tiener zal er meer aan hebben als hij/zij de vrijheid en het vertrouwen krijgt om bijvoorbeeld alleen naar vrienden te fietsen en samen met hen extra tijd door te brengen.

    Wil je toch eens iets extra’s doen, beloon dan liever plezier, inzet en sportief gedrag en investeer in nieuw spelmateriaal, een nieuwe sportuitrusting of sponsor een sportkamp. Geef ze liever iets vaker en onverwachts dan eenmalig en groots.

    En straffen?

    Wil je dat je kind afspraken naleeft, dan zal een positieve aanpak (zie hierboven) doorgaans het meeste succes hebben. Sommige kinderen blijven hardnekkig regels overtreden. Je kan op verschillende manieren reageren op ongewenst gedrag.

    Herhaal duidelijk en kordaat wat je verwacht. Bijvoorbeeld: als je met vrienden gaat fietsen, dan wil ik dat je op het afgesproken uur ook weer thuis bent.

    Benoem het precieze gedrag waarmee je niet akkoord bent, maar respecteer wel de gevoelens die samenhangen met dat gedrag. Door dit via een ‘ik-boodschap’ te doen, kom je minder beschuldigend over en lok je minder discussie uit. Bijvoorbeeld: “Wat ben jij vervelend’’ verwoord je beter als “Ik vind het niet leuk dat je wild aan het rondrennen bent in huis’’.

    Negeer storend en vervelend gedrag. Blijft je kind zeuren voor nog een spelletje op de iPad? Ga daar zo weinig mogelijk op in en zorg voor afleiding door hem een alternatieve activiteit aan te bieden, bv. meehelpen in de keuken.

    Laat je kind de negatieve gevolgen zelf dragen. Bijvoorbeeld: excuses aanbieden voor onsportief gedrag. Of schoenen poetsen wanneer hij/zij met nette schoenen in de modder ging spelen.

    Zet je kind even apart. Bijvoorbeeld: Een woedebui omdat je kind de tv moet uitzetten kan je stoppen door je kind even in een afzonderlijke ruimte zetten om tot rust te komen. Dit filmpje vertelt je meer over een time-out.

    Je kan je kind ook iets laten doen wat hij/zij niet zo leuk vindt (zoals een klusje) of iets ontnemen wat hij juist wel leuk vindt.

    Beweging en schermtijd als straf of beloning?

    • Je zoon heeft slechte punten op school en je wil hem duidelijk maken dat je hier niet blij mee bent. Hij moet het maar eens voelen en zal zijn favoriete voetbaltraining even moeten missen.

      Als niet gaan sporten een straf wordt, dan krijgt bewegen en sport misschien een negatieve bijklank.
      Als je kind slecht presteert op school, kan dat verschillende redenen hebben. Als alle vrije tijd naar huiswerk moet gaan, dan is het niveau misschien te hoog of schort er wat aan de planning. Met een goede planning moet er tijd blijven voor sport en spel. Een gezonde portie activiteit na de schooldag, liefst in de buitenlucht, maakt het nadien makkelijker om zich beter te concentreren. Wist je dat kinderen die dagelijks meer bewegen ook beter presteren op school? Lukt het ook met een planning niet, bekijk dan eens of je kind niet te veel huiswerk krijgt en bekijk dit met de school.

    • Je kinderen maken erg veel ruzie de laatste tijd. Je maakt afspraken met hen en wie zich hieraan houdt, verdient een extra kwartiertje tv-kijken.

      Als je van tv-kijken, gamen of computeren voortdurend een beloning maakt, dan worden deze activiteiten aantrekkelijker dan ze zijn. Zet ze niet altijd in als beloning wanneer je afspraken maakt met je kinderen. Wees af en toe wat creatief. Samen een spel spelen, met vrienden op stap mogen … zijn leuke aanmoedigingen wanneer je kind ergens zijn best voor deed.

    • Je kind loopt druk door de woonkamer en gooit zo een plant om. Je stuurt het naar z’n kamer: ‘dat ie daar maar wat gaat afkoelen’.

      Stuur een kind dat druk en misschien vervelend is niet naar de kamer of voor de tv, maar naar buiten. Zorg voor een coole tuin waar je kind graag gaat spelen of trek regelmatig wat tijd uit om naar een plein in de buurt te gaan. Maak tijd voor wat qualitytime om samen bijvoorbeeld te voetballen.