Ouders en scholen kunnen kinderen en jongeren bewuster maken van de onderliggende bedoelingen van voedingsreclame. Toch mogen we hen niet álle verantwoordelijkheid doorspelen. De overheid moet massamarketing van ongezonde producten durven reguleren, zeker op plaatsen waar kinderen vaak samenkomen. Anders dweilen ouders en leerkrachten met de kraan open. 

Rol ouders

Geef je een snoepje mee in de brooddoos van je kind? Ga je samen naar een fast food restaurant als beloning? En wat met schermtijd? Bepaal je als ouder hoeveel tijd je kind voor welk scherm doorbrengt en welke tv-kanalen hij/zij mag bekijken? Spreek je over het herkennen van reclameboodschappen en hoe je er voorzichtig mee kan omgaan? 

Een hoop vragen waar ouders een positief verschil kunnen maken. Bepaalde beleidsmakers en zeker de industrie beklemtonen hoe belangrijk de rol van ouders is. Ze stellen vader en moeder maar wat graag individueel verantwoordelijk voor het eetgedrag van hun kind. 

Moeilijke positie

De Europese studie I Family die ook het eetgedrag van Belgische kinderen onder de loep nam, vraagt echter begrip. Want ouders zitten in een moeilijke positie. De studie spoort Europese overheden aan om families meer te steunen en roept beleidsmakers op om dringend iets te doen aan de massamarketing van ongezonde producten naar kinderen. 

De huidige invloed van nieuwe online marketing maakt het zelfs gezondheidsbewuste ouders bijzonder moeilijk. Ook al willen ze hun kinderen beschermen, in de huidige maatschappij die lijkt op een grote snoepwinkel, lukt dat niet altijd. 

Verleiding: de hele dag

Onderzoeker Tim Smits van de KU Leuven voegt daaraan toe dat ook volwassenen niet onfeilbaar zijn. ‘We kunnen vaak al niet goed voor onszelf zorgen, laat staan dat we voor twee kunnen denken. We laten ons de hele dag verleiden zonder dat we het begrijpen. En zelfs als we het begrijpen, zijn we lang niet altijd in staat om gepast te reageren.’ 

Graag wat begrip dus, en vooral wat medewerking van de overheid zodat ouders niet constant tegen de wind in moeten fietsen. 

Rol school en gemeente

Ook scholen kunnen vanuit hun educatieve rol een belangrijke bijdrage leveren aan de reclamewijsheid van jongeren. De leerlijn voeding van Gezond leven zet scholen en leerkrachten alvast op de juiste weg. De leerlijn vertelt hoe en op welke leeftijden je met jongeren kan werken rond reclame.

Voor het secundair onderwijs ontwikkelde Gezond Leven een dossier ‘lekkere reclame’ waarin kennis en vaardigheden worden aangereikt om kritisch met voedingsreclame om te gaan.

Behalve die educatie zet Vlaanderen ook meer in op een gezond voedingsaanbod op scholen. Gezond Leven voegt daar, in navolging van de WHO, aan toe dat alle plekken waar kinderen samenkomen, vrij moeten zijn van marketing voor ongezonde voeding.

De WHO noemt als voorbeelden kinderdagverblijven, scholen, speelplaatsen, sportzalen, kinderafdelingen van ziekenhuizen, enzovoort,… Scholen en gemeenten kunnen die richtlijn mee bewaken en overtredingen melden.

Mediawijsheid in eindtermen

Wat betreft mediawijsheid pleit Het Vlaams Instituut Gezond Leven voor de integratie ervan in overschrijdende eindtermen, zowel in het lager als secundair onderwijs. Mediawijsheid kan ook worden opgenomen in andere leerplannen rond mediawijsheid, bijvoorbeeld in het leerplan mediaopvoeding (lager onderwijs) en in de eindtermen kritisch denken, context socio-economische samenleving (secundair onderwijs).