Suikertaks en andere prijsstrategieën

Een vet-, suiker- en/of frisdranktaks, ook wel ‘gezondheidstaks’ genoemd, is een belasting op ongezonde voeding zoals vetrijke snacks, snoep en suikerhoudende dranken. Doel van zo’n taks is mensen gezonder laten eten en zo een halt toe te roepen aan het stijgende aantal mensen met overgewicht of zwaarlijvigheid.

Hoewel enkele vragen over de gezondheids- en socio-economische effecten van een gezondheidstaks nog open blijven, pleiten almaar meer wetenschappers en gezondheidsorganisaties voor zo’n taks. Ook het aantal landen waar men een taks succesvol invoerde, groeit. 

Het Vlaams Instituut Gezond Leven is daarom voorstander van de invoering. Al zijn er wel voorwaarden: de opbrengsten van een taks moeten worden ingezet om gezonde voeding goedkoper te maken of voor andere sociale programma’s. Daarnaast moet de gezondheidstaks kaderen binnen een breder preventief gezondheidsbeleid. Tot slot moeten de socio-economische effecten van de frisdranktaks continu worden opgevolgd.

Gezondheidstaks: wat en waarom?

‘In de jaren vijftig besteedden we zo’n 30 procent van ons inkomen aan voedsel, nu is dat nog maar 13 procent. Tegelijkertijd geven we miljarden euro’s méér uit aan gezondheidszorg en sociale zekerheid als gevolg van onze ongezonde levensstijl’, berekende Olivier De Schutter, voormalig VN rapporteur rond voeding.

Hij stelt in de Volkskrant dat we af moeten van onze verslaving aan goedkoop en ongezond voedsel: De prijs van ons eten in de supermarkt is volgens hem misleidend, omdat die vaak niet incalculeert wat het effect is op de leefomgeving en onze gezondheid. Uiteindelijk betalen we die prijs alsnog via de belasting. “Het zou veel efficiënter zijn als de prijs in de supermarkt niet langer zou liegen.”, aldus De Schutter.  Een duidelijk pleidooi voor productprijzen die rekening houden met mogelijke gezondheidskosten van die producten op de langere termijn. Een suikertakskan hier soelaas bieden.

Bewezen effectief

Ook voedingsexperten prof. Martijn Katan en prof. Jaap Seidell (Vrije Universiteit Amsterdam) pleiten vóór een belasting op suikerhoudende dranken. Het is volgens hen een bewezen effectieve strategie in de strijd tegen obesitas. In de krant NRC omschreef Katan obesitas als een politiek probleem, geen voedingswetenschappelijk probleem. De oplossing, aldus Katan, ligt in “fietsen bevorderen, geen vergunning geven voor een Dunkin’ Donutswinkel, frisdrankautomaten verbannen uit scholen (…) én een belasting op frisdrank.”

Economische logica

Een frisdranktaks is perfect logisch, zeker vanuit economisch standpunt, beklemtoont gezondheidseconome Rachel Griffith. Hij brengt toekomstige kosten, verbonden met de consumptie van suikerrijke producten, mee in rekening. Wie vandaag veel junkfood eet, doet dat goedkoop, maar dreigt daar later een dure ziekenhuisrekening voor te moeten betalen. Op het moment van aankoop houden we daar (te) weinig rekening mee. Een taks kan de consument extra bewust maken van dat gevaar. Dan moet voor de consument wel duidelijk zijn waarom product x of y duurder geworden is. Goede kadering van een taks is m.a.w. belangrijk.

Strategie tegen obesitas

Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is gewonnen voor een frisdrank-, suiker- en in het ideale scenario brede gezondheidstaks. Gezondheidstaksen kunnen volgens de WHO een strategische sleutelrol spelen in de strijd tegen welvaartsziekten die wortelen in ongezonde voedingskeuzes. En, belangrijk voor beleidsmakers: het is zeer waarschijnlijk dat een frisdrank- of ruimere gezondheidstaks zichzelf ruimschoots terugbetaalt. In extra gezonde levensjaren voor de burger, én maatschappelijk dankzij uitgespaarde medische kosten.

Mexico en het Verenigd Koninkrijk tonen de weg

Een interessant praktijkvoorbeeld is de Mexicaanse taks op gesuikerde dranken, ingevoerd in januari 2014. Na invoering van de taks (10% prijsstijging), daalde de consumptie van gesuikerde dranken er met 7,6%. Opvallend: bij kwetsbare groepen daalde het verbruik zelfs met 11.7% . Een taks lijkt de gezondheidsongelijkheid dus niet te versterken, integendeel. 

Onder grote belangstelling lanceerde het Verenigd Koninkrijk dit voorjaar een graduele productietaks op gesuikerde dranken. De last ligt daarbij in de eerste plaats bij producenten en niet per se bij de consumenten. Bij een productietaks betalen producenten meer naarmate hun dranken meer suiker bevatten. Vanaf 5 gram suiker per liter betalen fabrikanten in de UK 18 pence (€0.20) extra per liter, vanaf 8 gram is dat 24 pence (€0.27). 

Het vooruitzicht van de taks miste in de UK zijn effect niet. Om de belasting te vermijden, pasten vele frisdrankproducenten hun recept aan. 50% van de dranken werd daardoor minder gesuikerd. De WHO toont zich voorstander van zo’n graduele productietaks. Het belast alle gesuikerde dranken op een gelijke manier en het motiveert producenten om hun recepten aan te passen. 

Minstens 20%

Wetenschappers ijveren voor een taks van 20% of meer. Een belasting aan dat percentage vermindert de consumptie van belaste producten meer dan evenredig. Om grensshoppen te vermijden, geldt een taks bovendien best in een zo groot mogelijk gebied. Een taks op EU-niveau biedt in die zin de beste garantie op succes. Zeker nu Belgen steeds vaker hun inkopen in de buurlanden doen (jaarcijfers Fevia).

Toch hoeft onze federale overheid voor een reële taks niet te wachten op Europa. In Amerikaanse steden zoals Berkeley en Philadelphia bleek een frisdranktaks prima te werken, ook al geldt die in een klein gebied. Bovendien kan men, zoals in het Verenigd Koninkrijk, kiezen voor een graduele productietaks. Die voelen consumenten niet per se in hun portemonnee, wat ook de motivatie tot grensshoppen kan verminderen.

Willen beleidsmakers een taks met maximale gezondheidsvoordelen? Dan focussen ze best op een zo breed mogelijke groep van (ongezonde) voedingsmiddelen. Suiker alleen in dranken duurder maken, voedt immers het risico dat producenten hun focus verleggen naar andere suikerrijke voedingsmiddelen of vetrijke producten. Hetzelfde substitutierisico speelt ook bij consumenten. Als de prijs van één productgroep, bijvoorbeeld frisdranken, stijgt in de winkel, grijpen ze misschien naar ongezonde alternatieven die niet extra belast worden.

Algemene gezondheidstaks? 

Om substitutiegedrag te vermijden pleit de WHO voor een algemene gezondheidstaks, op basis van een ‘nutrient profile model’. In zo’n model scoort men alle voedingsmiddelen op (on)gezondheid. Die score kan bepalen of en in welke mate een product extra belast wordt. Eén toepassing van zo’n score is de Franse Nutri-Score, waarbij voedingsproducten een kleurenlabel krijgen op basis van hun gezondheidsscore. Het Vlaams Instituut Gezond Leven schreef dit advies over het gebruik van voedingslabels
Op langere termijn pleit het Vlaams Instituut Gezond Leven voor een breed geldende, algemene gezondheidstaks. Een ‘nutrient profile model’ zoals Nutri-Score is daarvoor een goede, wetenschappelijke basis. 

Op langere termijn pleit het Vlaams Instituut Gezond Leven voor een breed geldende, algemene gezondheidstaks. Een ‘nutrient profile model’ zoals Nutri-Score is daarvoor een goede, wetenschappelijke basis. 

Hongarije

Hongarije bewijst dat zo’n bredere gezondheidstaks mogelijk is. Het land dankt er positieve, blijvende gezondheidsresultaten aan. Mensen consumeren bijv. minder (voorverpakte) gesuikerde en overdadig zoute producten. Bovendien oogstte de taks ook enkele onbedoelde resultaten zoals toegenomen kennis over gezonde voeding en toegenomen kookvaardigheden. Tot slot had de Hongaarse taks verhoudingsgewijs méér effect bij lager opgeleide groepen.

Eerst frisdranktaks

Recent Brits onderzoek bevestigt het potentieel van een frisdranktaks, voornamelijk bij jongeren. Rachel Griffith stelde vast dat jongeren (13-21jaar) de grootste suikerverbruikers zijn én dat ze de meeste van die toegevoegde suikers uit frisdranken halen. Het goede nieuws is dat jongeren ook zeer gevoelig zijn voor een taks op suikerrijke dranken. Bij zo’n taks daalt hun suikerverbruik 80% meer dan het verbruik van de gemiddelde consument.  

Ook de WHO beschouwt suikerrijke dranken als ideale eerste target voor een heffing. Het zijn immers producten met een hoge prijselasticiteit, wat betekent dat prijsveranderingen relatief snel de consumptie beïnvloeden. 

Ook gezond aanbod ondersteunen

Het potentieel van een taks blijkt nog groter als men terzelfdertijd ook gezonde voeding ondersteunt. 

In 2018 analyseerden Amerikaanse wetenschappers uitgebreid het effect van taksen op ongezonde voeding en subsidies voor gezonde voeding. Men ging aan de slag met de consumptie- en gezondheidsgegevens van meer dan 200 000 Amerikanen. Een combinatie van een taks en subsidie leverde met voorsprong de grootste gezondheidsbonus op. 

Tienduizenden vermeden overlijdens

10% extra betalen voor suikerhoudende dranken en bewerkte vleeswaren in combinatie met een subsidie van 10% voor groenten, fruit en volle granen, voorkomt elk jaar 33 700 overlijdens door welvaartsziekten. Een taks of subsidie afzonderlijk invoeren, genereert ook positieve effecten, maar vooral de combinatie van de twee blijkt succesvol. Ongezonde voeding belasten is dus één kant van de medaille, gezonde voeding toegankelijker maken de andere kant. 

Positieve maatregelen

Gezond gedrag stimuleren met positieve maatregelen is van onschatbare waarde. Zorg ervoor dat gezonde voeding betaalbaar is en (letterlijk) voor de hand ligt. Maak bijvoorbeeld volkorenbrood of groenten en fruit goedkoper. Of installeer als overheid meer (gratis) drinkwaterfonteintjes in de publieke ruimte.  Gezond Leven pleit ervoor om die maatregelen deels of helemaal te financieren met de opbrengsten van een frisdrankentaks.

Breder gezondheidsbeleid

Tot slot is het essentieel dat beleidsmakers een taks, al dan niet in combinatie met een subsidie, steeds kaderen in een breder gezondheidsbeleid. De WHO spreekt in dit verband over de nood aan ‘coherent beleid’. Daarmee bedoelt ze dat beleidsmaatregelen elkaar moeten aanvullen en versterken. 

Concreet: een suikertaks is effectiever als je mensen terzelfdertijd heldere gezondheidsinformatie biedt rond (on)gezonde voeding, bijvoorbeeld via voedingslabels. Je legt ook best uit waarom een product duurder werd en ontwikkelt gerichte sensibiliseringscampagnes. Daarnaast schreeuwt ook de marketing op ongezonde voedingsmiddelen om regulering. Zeker de marketing naar kinderen toe.

Effect op kwetsbare groepen?

Tegenstanders van een taks op ongezonde voeding gebruiken vaak het argument dat een taks regressief is en de meest kwetsbaren het hardst treft in hun portemonnee. Maar  er is ook een andere interpretatie mogelijk. Als een voedingstaks financieel zwaarder doorweegt, zal die vermoedelijk ook een groter effect hebben op het gedrag.

Extra doelgroepsubsidies

De grote Amerikaanse studie rond gecombineerde effecten van subsidies en taksen (2018) pleit voor extra subsidies voor kwetsbare doelgroepen. Dat levert volgens hen het grootste totale effect op, dankzij de combinatie taks- subsidie, én het verkleint het de gezondheidskloof, dankzij de extra subsidies. 

Daarnaast kan men kwetsbare groepen extra ondersteunen via sensibilisering op maat waarbij men ook inzet op voorbeeldgedrag van ouders naar kinderen. 

Armoedetoets

Wanneer een frisdranktaks wordt ingevoerd, is het volgens het Vlaams Instituut Gezond Leven belangrijk om op regelmatige basis een zogenaamde armoedetoets uit te voeren, zoals gedefinieerd in het Actieplan Armoedebestrijding van de Vlaamse Regering. Op die manier kan men nagaan of de taks minstens evenveel effect heeft bij de lagere inkomensgroepen in vergelijking met de algemene bevolking.

Economische dynamiek en de voedingsindustrie

Belangrijke speler in dit verhaal: de voedingsindustrie. Het is belangrijk te beseffen dat voedingsbedrijven in de eerste plaats de belangen van de aandeelhouders voor ogen hebben en hun winsten trachten te maximaliseren. Bedrijven die getaxeerde producten in hun gamma hebben, zien de relatieve prijs van hun producten toenemen en de vraag naar hun producten, hun winstpotentieel en de werkgelegenheid afnemen. Dit ten voordele van sectoren die gezondere alternatieven op de markt brengen. De voedingsindustrie zal haar belangen uiteraard verdedigen via lobbying en publiciteit.

Ongezond duurder of gezond goedkoper maken?

Volgens het Vlaams Instituut Gezond Leven is het invoeren van een taks op ‘ongezonde’ voeding enkel zinvol als de opbrengsten ervan ingezet worden voor een preventief gezondheidsbeleid, bijvoorbeeld door gezonde voeding goedkoper en toegankelijker te maken en sensibiliseringscampagnes op te zetten. Dit blijkt in de praktijk niet altijd vanzelfsprekend te zijn.

Toch blijven wij bepleiten dat een taks op ongezonde voeding hand in hand gaat met het goedkoper maken van gezonde voeding. Obesitas en alle welvaartsziekten die daaruit voortvloeien ernstig nemen, betekent vandaag investeren in een én-én-verhaal. Op termijn betaalt die investering zichzelf ruimschoots terug.

Belgische suikertaks 2015 onvoldoende

De versnipperde bevoegdheden binnen ons land bemoeilijken de zaak: het laten doorstromen van de inkomsten van de gezondheidstaks op federaal niveau naar preventieve gezondheid op Vlaams niveau is geen evidentie.

In 2015 voerde België al een ‘suikertaks’ in. Die belasting lag echter veel te laag om een positief gezondheidsverschil te kunnen maken. Het ging over 3 eurocent per liter suikerhoudende drank.

Conclusie: tijd voor actie!

Het Vlaams Instituut Gezond Leven is op dit moment voorstander van de invoering van een frisdranktaks. Het wetenschappelijk bewijs rond de effectiviteit van een taks groeit, net zoals het aantal landen dat een frisdranken- of suikertaks invoerde. Nog meer onderzoek en goede praktijkvoorbeelden afwachten, is onnodig. Men kan beter een taks invoeren en vanuit de eigen praktijk de maatregel goed monitoren en bijsturen waar nodig.

Een continue monitoring van de verschillende aspecten van de taks kan raad brengen vanuit de praktijk: Welke administratieve lasten brengt zo’n taks met zich mee? Wat is het effect van een ongezonde voedingstaks op de gezondheidsongelijkheid? Zullen consumenten hun consumptie aanpassen? En zal de taks effectief zijn bij onze jongeren, zoals onderzoek suggereert?

Frisdrankentaks op productieniveau

Een frisdranktaks kan een sleutelrol spelen in de strijd tegen obesitas en andere welvaartziekten. Op de lange termijn pleit het Vlaams Instituut Gezond Leven voor een  Belgische  gezondheidstaks op productieniveau, waarbij men één en bij voorkeur meerdere basisgrondstoffen (suiker, (verzadigd) vet, zout) gradueel belast volgens hun aanwezigheid in voedingsproducten. Op korte termijn is een productietaks op suiker in frisdranken, zoals in het Verenigd Koninkrijk, wellicht de meest haalbare kaart. 

Ruimer gezondheidsbeleid

Om maximaal te renderen moet een frisdranktaks kaderen in een breed preventief gezondheidsbeleid. Concreet betekent dat:

  • De invoering  van de taks koppelen aan/kaderen in een breder preventief gezondheidsbeleid, zoals bijv. het creëren van een publieke ruimte die meer uitnodigt tot gezond eten, drinken en bewegen en de regulering van kindermarketing op ongezonde voedingsmiddelen.
  • De investering van de inkomsten van deze taks in gezondheidsbevordering, zoals bijv. het goedkoper maken van gezonde voeding zoals groenten en fruit via bijv. een btw-verlaging en slimme sensibiliseringscampagnes i.v.m. een gezonde levensstijl naar de burger toe;
  • Een grondige monitoring van de effecten van de huidige gezondheidstaks, met bijzondere aandacht voor de effecten op de gezondheidsongelijkheid, en op basis hiervan de huidige taks (regelmatig en continu) bijstellen.