Een vet-, suiker- en/of frisdranktaks, ook wel ‘gezondheidstaks’ genoemd, verwijst naar een belasting op ongezonde voeding zoals vetrijke snacks, snoep en suikerhoudende dranken. Doel van zo’n taks is mensen gezonder te doen eten en zo een halt toe te roepen aan het stijgende aantal mensen met overgewicht of zwaarlijvigheid.

Hoewel er nog heel wat vragen bestaan over de gezondheids- en socio-economische effecten van een frisdranktaks, is het Vlaams Instituut Gezond Leven voorstander van de invoering ervan. Al zijn er wel voorwaarden: de opbrengsten van de taks moeten gebruikt worden om gezonde voeding goedkoper te maken, de gezondheidstaks moet gekaderd worden binnen een breder preventief gezondheidsbeleid en de socio-economische effecten van de frisdranktaks moeten continu opgevolgd worden.

Gezondheidstaks: wat en waarom?

In een recent artikel van Eos zeggen Martijn Katan en Jaap Seidell (voedingsexperten van de Vrije Universiteit Amsterdam) dat bij de bestrijding van obesitas het veranderen van de obesogene samenleving de enige oplossing is. Het terugdringen van de consumptie van suikerhoudende dranken is hierin een bewezen effectief onderdeel. Een belasting op suikerhoudende dranken helpt hierbij, iets wat frisdrankproducenten boven alles vrezen.

Reeds in 2011 stelde een onderzoeksteam van de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) en de WHO in The Lancet dat een gecombineerde strategie voor een wezenlijk grotere gezondheidswinst kan zorgen in de strijd tegen obesitas. Het zou meer kosteneffectief zijn dan individuele maatregelen. Een taks op ongezonde voeding is hiervan een noodzakelijk onderdeel. Naast sensibilisatiecampagnes rond gezondheidsbevordering voor het grote publiek, subsidies die de consumptie van gezonde voeding stimuleren, reglementering van voedingsreclame voor kinderen en een verplicht en verbeterd voedingsetiket, dient ook een taks op ongezonde voeding voorzien te worden.

Een interessante praktijkvoorbeeld is de in januari 2014 ingevoerde taks op gesuikerde dranken in Mexico. Voorlopige resultaten van een studie naar het effect van deze sodataks (10% prijsstijging) laten een daling van 6% in de consumptie zien.

Taks op frisdrank is goede keuze

De keuze voor een taks op suikerhoudende frisdranken en zoete alcopops is volgens het Vlaams Instituut Gezond Leven een goede keuze. Frisdranken leveren ‘lege’ calorieën en geen nuttige voedingsstoffen aan. Bovendien worden suikerrijke dranken ook gemakkelijk in grote hoeveelheden geconsumeerd. Ze werken minder verzadigend dan vaste voedingsmiddelen, met een groter risico op overconsumptie tot gevolg.

Op termijn kan praktijkonderzoek aanvullende informatie opleveren over de meest geschikte keuze van voedingsmiddelen of –ingrediënten. Zo wordt misschien op termijn best niet één voedingsingrediënt geviseerd, maar wel bv. een taks voorgesteld op alle belangrijkste ongezonde ingrediënten, om zo substitutiegedrag te vermijden (indien bv.  voedingsmiddelen met suiker duurder worden, zouden mensen wel eens meer vetrijke producten kunnen beginnen eten)? Mits een goede monitoring van de ingevoerde gezondheidstaks, kan hierover in de toekomst meer duidelijkheid komen.

Taks alleen leidt niet tot gezond gedrag

Hoewel een taks op voeding een interessante keuze is, is het succes hiervan niet zo vanzelfsprekend als het misschien wel lijkt. Voedingskeuzes en eetgedrag worden immers door heel wat verschillende factoren beïnvloed, zoals de sociale achtergrond en de cultuur. Bovendien speelt het beschikbare voedingsaanbod ook een grote rol.  Een voedingstaks alleen zal er niet voor zorgen dat mensen plots gezondere keuzes zullen maken. Simultaan inzetten op een gezonder aanbod (met de hulp van de voedingsindustrie) en sensibilisatie van de bevolking zijn in de eerste plaats belangrijk.

Zorg ervoor dat mensen een gezonde voeding kunnen kiezen en dat deze ook (letterlijk) voor de hand ligt. Maak bijvoorbeeld bruin brood of groenten en fruit goedkoper, of zorg voor een automaat met gezonde tussendoortjes. Of zorg er als overheid voor dat er meer (gratis) drinkwaterfonteintjes aanwezig zijn in de private en publieke ruimte. Het is van onschatbare waarde om mensen ook met positieve maatregelen te stimuleren om te kiezen voor gezond doorheen hun dagdagelijkse activiteiten.

Met een effectieve gedragsverandering tot doel, is een gezondheidstaks als het ware een middel om met de opbrengsten de gezonde keuze goedkoper te maken: gezonde voeding goedkoper maken met de taksen van ongezonde voeding.

Een recente publicatie in The British Medical Journal stelt dat er meer en meer evidence bestaat dat taksen op gesuikerde frisdranken, suiker en snacks de voedingskeuze en de gezondheid kunnen verbeteren. Dit potentieel voor gezondheidsverbetering is het grootst wanneer deze taksen gecombineerd worden met stimulerende maatregelen om voor een gezondere voeding te kiezen.

Gezondheidsongelijkheid

Zou een voedingstaks sterker kunnen doorwegen bij de lagere inkomensgroepen en zo de gezondheidsongelijkheid verder kunnen wegwerken? Prof. Dr. Wim Verbeke stelt in een opiniestuk dat deze bevolkingsgroep over het algemeen een groter deel van hun inkomen aan voeding besteedt en ook vaker minder gezonde producten koopt. Maar deze lagere inkomensgroepen zijn vaker ook meer prijsgevoelig en zullen daarom waarschijnlijk minder kopen van de getaxeerde ongezonde voeding. Dit effect zou nog versterkt kunnen worden door de taks op ongezonde voeding te combineren met een belastingvermindering op bv. fruit en groenten.

Onderzoek met betrekking tot leefstijl bij lagere inkomensgroepen lijkt dit te bevestigen, maar koppelt hieraan enkele voorwaarden. Zowel voor alcohol als tabak hebben prijsverhogingen via taksen meer effect op lagere inkomensgroepen. Maar bij (te) kleine en geleidelijke prijsverhogingen werken deze mechanismen niet. Daar wegen dan onder meer gewoontes, verslaving en socio-emotionele factoren (o.a. omgaan met stress en genot, grotere kwetsbaarheid, sterkere verslaving, ...) bij lagere inkomensgroepen sterker door op het rook- en drinkgedrag dan kleine prijsverhogingen.

Voor taksen op ongezonde voeding kunnen we dus voorspellen dat ze wellicht geen negatief effect zullen hebben op de gezondheidsongelijkheid, eerder integendeel. Bovendien zegt Professor Dr. Sarlio-Lähteenkorva van de Universiteit van Helsinki dat voedingstaksen zeker bij lagere inkomensgroepen, waar de prijselasticiteit groot is (een prijswijziging heeft hier een grote invloed op de hoeveelheid consumptie), tot een verbeterde voedingskeuze en gezondheid kunnen leiden.

Wanneer een frisdranktaks wordt ingevoerd, is het volgens het Vlaams Instituut Gezond Leven belangrijk om op regelmatige basis een zogenaamde armoedetoets uit te voeren, zoals gedefinieerd in het Actieplan Armoedebestrijding van de Vlaamse Regering. Op die manier kan men nagaan of de taks minstens evenveel effect heeft bij de lagere inkomensgroepen in vergelijking met de algemene bevolking.

Economische dynamiek en de voedingsindustrie

We moeten voor ogen blijven houden dat de voedingsindustrie in de eerste plaats de belangen van de aandeelhouders voor ogen heeft en haar winsten tracht te maximaliseren. Sectoren die producten op de markt brengen die zwaarder belast worden, zien de relatieve prijs van hun producten toenemen en zien de vraag naar hun producten, hun winstpotentieel en de werkgelegenheid afnemen ten voordele van sectoren die gezondere alternatieven op de markt brengen. Deze belangen zal de voedingsindustrie uiteraard verdedigen via lobbying en publiciteit.

Zo werd bv. in 2010 het voorstel van het verkeerslichtensysteem (een product krijgt hierbij een groene, oranje of rode kleurcode volgens zijn gehalte aan bijvoorbeeld verzadigd vet, zout of suiker) met een nipte meerderheid weggestemd door het Europese Parlement ten voordele van het minder stigmatiserende GDA-systeem (GDA = Guideline Daily Amount) na een lobby-investering van 1 miljard euro door de Europese voedings- en drankenindustrie. Ook de reclamebudgetten van de voedingsindustrie zijn van een totaal andere orde dan het werkingsbudget van preventieve gezondheid in Vlaanderen: zo investeerde Coca-Cola in 2013 wereldwijd bv. 7% van zijn jaarinkomsten oftewel 3,37 miljard dollar in reclame.
 
De invoering van een gezondheidstaks creëert dus een economisch spanningsveld waarin de overheid best bijkomende maatregelen neemt om de voedingsindustrie te stimuleren om de consumptie van gezonde voeding zoals fruit en groenten te bevorderen, via bv. prijsafspraken en verlaging van accijnzen en om de samenstelling van ongezondere voedingsmiddelen aan te passen. En dan volgen we Prof. Dr. Wim Verbeke die stelt dat de economie de tijd moet krijgen om zich aan deze nieuwe situatie aan te passen. In Denemarken, dat vaak als voorbeeld wordt aangehaald, is de vettaks na een jaar alweer afgevoerd en was deze aanpassing dus niet mogelijk.   

Verder vermeldt de Belgische federatie van de voedingsindustrie (Fevia) substitutiegedrag en ‘grensshoppen’ als mogelijke problemen bij de invoering van een gezondheidstaks. Om terug te verwijzen naar de afgevoerde vettaks in Denemarken, daar werd het fenomeen van grensshoppen inderdaad vastgesteld. Daarom bevelen wij ook aan om bij de invoering van de gezondheidstaks in België alle effecten, ook het eventuele substitutiegedrag (zoals eerder reeds aangehaald) en het grensshoppen te monitoren en op basis daarvan de taks eventueel regelmatig bij te sturen.

Voor het grensshoppen is er de bijkomende bedenking dat hiervoor dan maatregelen op het Europese niveau vereist zijn. Alhoewel een maatregel op Europees niveau meer kans op succes lijkt te hebben, is op dit moment de ontwikkeling van ‘semi-lokale’ initiatieven meer realistisch. Met deze bottom-up aanpak zal het logge en (door de voedingsindustrie) stevig belobbyde Europese apparaat sneller beroerd worden en zullen er vanuit de praktijkervaringen in verschillende lidstaten sneller Europese maatregelen getroffen kunnen worden. Bovendien kan het invoeren in ons land ook onze andere buurlanden aanzetten tot actie. Buurland Frankrijk voerde trouwens al in 2012 een frisdranktaks in.

Ongezond duurder of gezond goedkoper maken?

Volgens het Vlaams Instituut Gezond Leven kan het invoeren van een taks op ‘ongezonde’ voeding enkel zinvol zijn als de opbrengsten ervan gebruikt worden om gezonde voeding goedkoper en toegankelijker te maken én om sensibiliseringscampagnes op te zetten. Dit blijkt in de praktijk niet zo vanzelfsprekend te zijn.

Neem nu de belastingen op tabak als voorbeeld. De jaarlijkse fiscale overheidsinkomsten op tabakswaren in 2014 waren 2,9 miljard euro (accijnzen en BTW samen). Aan rookstop werd echter slechts 5,5 miljoen euro uitgegeven (rookstopconsultaties, rookstopmedicatie en rookstopprojecten). Er bestaat dus een grote wanverhouding tussen fiscale inkomsten en uitgaven.

Toch blijven wij bepleiten dat een taks op ongezonde voeding gecombineerd zou moeten worden met het goedkoper maken van gezonde voeding, voor ons is het een én-én-verhaal.
De versnipperde bevoegdheden binnen ons land bemoeilijken de zaak zeker: het laten doorstromen van de inkomsten van de gezondheidstaks op federaal niveau naar preventieve gezondheid op Vlaams niveau is geen evidentie.

Meer onderzoek nodig?

Wanneer een frisdranktaks wordt ingevoerd, raadt het Vlaams Instituut Gezond Leven aan om die taks regelmatig te monitoren en indien nodig bij te sturen. Alhoewel er reeds heel wat studies naar de (on)zin van voedingstaksen zijn uitgevoerd, blijven nog heel wat vragen onbeantwoord.

Een continue monitoring van de verschillende aspecten van de taks kan raad brengen vanuit de praktijk: Welke administratieve lasten brengt zo’n taks met zich mee? Wat is het effect van een ongezonde voedingstaks op de gezondheidsongelijkheid? Zullen consumenten hun consumptie aanpassen? En wat met jongeren, van wie we weten dat frisdranken en alcopops zeer populair zijn bij hen, zullen zij hun consumptiegedrag aanpassen? Kiest men best voor een taks op voedingsmiddelen (bijv. frisdranken en snoep) of voedingsingrediënten (bijv. suiker, vet en zout)? En welke van deze voedingsmiddelen of –ingrediënten worden dan best belast? Wat is de rol van de voedingsindustrie in het eventuele succes of falen van de taks? Hoe zal onze economie hierop reageren?

Bovendien mogen we niet uit het oog verliezen dat het veranderen van iemands eetpatroon zeer complex is. In tegenstelling tot tabak is voeding geen zwartwit verhaal. Roken is totaal overbodig en de bedoeling van een taks op rookwaren is het verdwijnen van de consumptie ervan.

Bij voeding dient een taks om tot een daling van de kwantiteit van consumptie van ongezonde voedingsmiddelen en/of –ingrediënten te komen en, belangrijker voor het Vlaams Instituut Gezond Leven: tot een stijging van de consumptie van gezonde voedingsmiddelen. Wil men weten wat de impact van zo’n taks is, zal men ook de effecten op langere termijn moeten onderzoeken. Het komen tot een gezond(er) eetgedrag is sowieso een proces van lange adem, en van vallen en opstaan.

Ook hangen veel van de effecten waarschijnlijk af van de hoogte van de taks. Simulatiestudies tonen immers aan dat de taks minstens 20% zou moeten bedragen om enig gezondheidseffect te bekomen. Een hogere taks echter, zou dan weer de gezondheidsongelijkheid kunnen vergroten.

Ondanks deze onzekerheden, zijn wij vanuit het Vlaams Instituut Gezond Leven op dit moment toch voorstander van de invoering van een dergelijke frisdranktaks, o.a. omdat nog meer theoretisch onderzoek ons nu minder nodig lijkt, beter de taks invoeren en dan, vanuit de praktijk, via continue monitoring bekijken waar en hoe bijsturing nodig is.

Conclusie

Wij blijven hierbij echter wel oproepen om deze taks niet als alles zaligmakend te zien, maar enkel effectief binnen een breder beleid met betrekking tot het stimuleren van gezonde voeding dat aandacht heeft voor:

  • de invoering  van de gezondheidstaks koppelen aan/kaderen in een breder preventief gezondheidsbeleid, zoals bijv. het creëren van een publieke ruimte die meer uitnodigt tot gezond eten, drinken en bewegen en het wijzigen van de productsamenstelling van bepaalde ongezonde voedingsmiddelen;
  • de investering van de inkomsten van deze taks in gezondheidsbevorderende maatregelen, zoals bijv. het goedkoper maken van gezonde voeding zoals groenten en fruit via bijv. een btw-verlaging en slimme sensibiliseringscampagnes ivm. een gezonde levensstijl naar de burger toe;
  • een grondige monitoring van de effecten van de huidige gezondheidstaks, met bijzondere aandacht voor de effecten op de gezondheidsongelijkheid, en op basis hiervan de huidige taks (regelmatig en continu) bijstellen.

Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) pleit voor een stevige taks op gesuikerde dranken in de strijd tegen overgewicht en obesitas.