Wat is een gezond gewicht? Cijfers voor Vlaanderen

Heeft de Vlaming gemiddeld een gezond gewicht? Is er reden tot ongerustheid over het gewicht van de Vlamingen? En is er een verschil tussen jongeren en volwassenen? Het Vlaams Instituut Gezond Leven licht het in cijfers voor je toe. 

Gewicht jongeren

Belgische Gezondheidsenquête

Uit de Belgische Gezondheidsenquête komt naar voor dat 16% van de jongeren uit het Vlaamse Gewest overgewicht heeft. Er zijn net iets meer jongens die zwaarder zijn (18%) dan meisjes (15%), maar dat verschil is niet significant. Jongeren die opgroeien in een gezin met ouders die hoger onderwijs volgden, hebben minder vaak overgewicht (11%) dan jongeren uit andere gezinnen. 5% van de Vlaamse jongeren kampt met obesitas. Er is geen groot verschil tussen jongens (4%) en meisjes (7%). Bij jonge adolescenten (15 tot 17 jaar) komt zwaarlijvigheid minder voor (2%). Al deze cijfers zijn van 2013 en verschillen niet veel van de voorgaande meetpunten: 1997, 2001, 2004 en 2008.

Uit de Belgische Gezondheidsenquête blijkt ook dat wie minder beweegt tijdens zijn vrije tijd, meer kans loopt op obesitas. Benieuwd naar meer? Check de belangrijkste cijfers rond het gewicht van jongeren.

Gewicht jongeren: Belgische Voedselconsumptiepeiling en HBSC

Net zoals de Gezondheidsenquête peilde de Belgische Voedselconsumptiepeiling naar het gewicht van jongeren. Getrainde interviewers maten gewicht, lengte en buikomtrek van iedere deelnemer op. Daarin verschilt het onderzoek van de Gezondheidsenquête, waar deelnemers zelf hun gewicht en lengte invulden. Die zelfrapportage zou voor een vertekend beeld kunnen zorgen.

Ook de cijfers over gewicht bij jongeren uit de HBSC-studie zijn via zelfrapportage verzameld. Volgens de HBSC-studie uit 2014 heeft onder de Vlaamse jongeren (11 tot 18 jaar) 10,8% van de jongens en 10,1% van de meisjes overgewicht. 5,5% van de jongens en 6,0% van de meisjes heeft zelfs obesitas. Dat betekent in al die gevallen een significante stijging ten opzichte van 2010.

BMI bij jongeren

De BMI van jongeren evolueert met hun leeftijd. In de jongste leeftijdsgroepen (11 tot 12 jaar) komt meer ondergewicht voor, terwijl oudere jongeren (17 tot 18 jaar) vaker kampen met overgewicht. Jongere meisjes rapporteren meer onder- en overgewicht dan hun oudere tegenhangers. Omdat ze zelf hun gewicht en lengte invullen, is deze inschatting mogelijk minder accuraat bij de jongere leeftijdsgroepen.

Jongeren die secundair beroepsonderwijs (bso) volgen, hebben vaker last van overgewicht of obesitas ten opzichte van jongens en meisjes uit het algemeen secundair onderwijs (aso).

Benieuwd naar meer? Verken alle cijfers rond gewicht bij jongeren uit de HBSC-studie.

Cijfers Gewicht Jongeren

Hoe zien jongeren hun lijf? Lichaamsperceptie

Meisjes vinden zichzelf vaker dan jongens een beetje of veel te dik (49,7% ten opzichte van 27,7%). Dat cijfer is significant gestegen tegenover 2010. Jongens beoordelen zichzelf daarentegen sneller dan meisjes als te mager (17,3% ten opzichte van 9,9%). Dat is een daling tegenover 2010. De lichaamsperceptie van meisjes verandert met de leeftijd. Hoe ouder ze worden, hoe vaker ze zichzelf als dik percipiëren. Voor jongens speelt leeftijd hierin geen rol. Jongens en meisjes uit het aso zijn over het algemeen meer tevreden over hun gewicht dan jongeren uit andere richtingen. Vooral meisjes uit het bso vinden zichzelf veel te dik.

Hoe jongeren zichzelf zien, komt niet altijd overeen met hun daadwerkelijke gewicht. Het BMI dat deze jongeren zelf rapporteerden, kan dus beïnvloed zijn door hun zelfperceptie. 42,7% van de jongens en 61,9% van de meisjes met ondergewicht voelt zichzelf ook te mager. Onder obese jongeren geeft 48% van de meisjes en 46,5% van de jongens zichzelf de stempel ‘veel te dik’. Jongens met een normale BMI hebben een accurater beeld van zichzelf (61,4%) dan meisjes (45,9%). Alle cijfers rond lichaamsperceptie vind je in deze tabel terug:

Lichaamsperceptie Jongeren

Diëten bij jongeren

Meer meisjes dan jongens (41,9% tegenover 22,7%) zouden zichzelf op vermageringsdieet willen zetten of volgen er al één. Die cijfers zijn ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van cijfers uit 2010. Meisjes gaan echt meer diëten naarmate ze ouder worden, en ook het gevoel dat ze dat nodig hebben, groeit mee. Bij jongens verandert dat niet significant met de leeftijd. De opleiding speelt dan weer wel een rol. Er zijn meer jongens en meisjes in het bso die een dieet volgen ten opzichte van hun tegenhangers uit het aso. De bso-leerlingen hebben ook vaker het idee dat ze een dieet nodig hebben.

De meerderheid van de jongeren met overgewicht of obesitas wil iets doen aan zijn gewicht. Maar ook echt op dieet gaan? Dat doet maar een minderheid.

Gewicht bij volwassenen

De gemiddelde Vlaming is te dik. Dat wil zeggen: hij heeft een BMI van 25,3. Dat blijkt uit de Gezondheidsenquête van 2013. 48% van de Vlamingen heeft overgewicht. Het gaat om 54% van de mannen en 42% van de vrouwen: een significant verschil dus. 13% van de Vlamingen is zwaarlijvig. Deze percentages stijgen met de leeftijd (tot 74 jaar). 

Sinds 1997 is de gemiddelde BMI van de volwassen Vlaming gestegen. En ook overgewicht en zwaarlijvigheid komen almaar vaker voor. Vlamingen met een diploma hoger onderwijs lijden significant minder aan overgewicht en zwaarlijvigheid dan Vlamingen zonder diploma of met een diploma lager (secundair) onderwijs. Op Belgisch niveau heeft 64% van de laagst opgeleiden overgewicht en is 25% zwaarlijvig.

Gewicht bij volwassenen: gewesten

De gemiddelde BMI-waarde van inwoners van het Waalse Gewest is significant hoger (25,8) dan die van mensen in het Vlaamse (25,3) en Brusselse Gewest (25,1). Vlaamse mannen hebben gemiddeld een hoger BMI (25,7) dan vrouwen (24,9).

Naast deze opvallende verschillen, lopen de resultaten voor Vlaanderen gelijk op met de vaststellingen voor het hele land:

  • BMI-waarde stijgt mee met leeftijd (met uitzondering van de oudste leeftijdsgroep).
  • Lager geschoolde personen hebben gemiddeld een hogere BMI-waarde en zijn vaker obees.
  • Verstedelijkingsgraad heeft geen invloed op BMI.
  • Evenveel vrouwen (12%) als mannen (13%) zijn obees (geen significant verschil). 

De gemiddelde BMI-waarden en overgewichts- en obesitaspercentages zijn sinds 1997 in rechte lijn gestegen voor Vlaamse volwassenen.

Gewicht bij volwassenen en opleidingsniveau

Overgewicht en zwaarlijvigheid lijken samen te hangen met het opleidingsniveau: hoe lager het opleidingsniveau, hoe hoger de kans op gewichtsproblemen. Onder de Belgen die geen diploma of alleen een lagereschooldiploma hebben, lijdt tot 64% aan overgewicht en 25% aan zwaarlijvigheid. Na correctie voor leeftijd en geslacht, springt in het oog dat mensen met een diploma hoger onderwijs minder vaak overgewicht en obesitas hebben ten opzichte van andere opleidingsniveaus.

De Belgische Voedselconsumptiepeiling verzamelde ook cijfers rond het gewicht van volwassenen. Getrainde interviewers maten gewicht, lengte en buikomtrek van iedere deelnemer op. In de Gezondheidsenquête vulden deelnemers zelf hun gewicht en lengte in. Door die zelfrapportage krijgen we mogelijk een vertekend beeld. 

Meer lezen? Duik in deze publicaties: