Belangrijke speler in het verhaal van gezondheidstaksen: de voedingsindustrie. Het is belangrijk te beseffen dat voedingsbedrijven in de eerste plaats de belangen van de aandeelhouders voor ogen hebben en hun winsten trachten te maximaliseren.

Spanningsveld

Bedrijven die getaxeerde producten in hun gamma hebben, zien de relatieve prijs van hun producten toenemen en de vraag naar hun producten, hun winstpotentieel en de werkgelegenheid afnemen. Dit ten voordele van sectoren die gezondere alternatieven op de markt brengen. De voedingsindustrie zal haar belangen uiteraard verdedigen via lobbying en publiciteit.

De invoering van een gezondheidstaks creëert dus een economisch spanningsveld. In die context neemt de overheid best bijkomende maatregelen die de voedingsindustrie helpen om meer gezonde voeding te verkopen.  Dat kan bijvoorbeeld via prijsafspraken en verlaging van accijnzen. Of men kan de industrie aanmoedigen om de samenstelling van ongezondere voedingsmiddelen aan te passen. 

De economie moet dus voldoende tijd krijgen om zich aan deze nieuwe situatie aan te passen. In Denemarken, dat vaak als voorbeeld wordt aangehaald, is de vettaks na een jaar alweer afgevoerd en was deze aanpassing niet mogelijk.   

Grensshoppen

Voorts noemt de Belgische federatie van de voedingsindustrie (Fevia) substitutiegedrag en ‘grensshoppen’ als mogelijke problemen bij de invoering van een gezondheidstaks. Na de invoering van de vettaks in Denemarken gingen bepaalde mensen inderdaad hun inkopen over de grens doen.  Daarom bevelen wij aan om een frisdrankentaks of bredere gezondheidstaks bij voorkeur op productieniveau in te voeren. Het Britse graduele systeem kan dienen als inspiratie.

Daarna kan men bij de invoering in België alle effecten, ook het eventuele substitutiegedrag en het grensshoppen, monitoren en op basis daarvan de taks bijsturen waar nodig. 

Hoewel een taks op Europees niveau effectiever zou zijn, is op dit moment de ontwikkeling van ‘semi-lokale’ initiatieven,  meer realistisch. Deze bottom-up aanpak zal het logge en (door de voedingsindustrie) stevig belobbyde Europese apparaat sneller beroeren. Vanuit praktijkervaringen in verschillende lidstaten (Groot Brittannië, Hongarije,…) kunnen er ook sneller Europese maatregelen getroffen worden.