Voeding bij personen met een beperking
Iedereen plukt de vruchten van gezonde voedingsgewoontes en dito levensstijl. Maar voor mensen met een beperking is dat ‘gezond eten’ vaak wat complexer. Er bestaan verschillende soorten beperkingen, en soms komen ze in combinatie voor. De beperkingen kunnen aangeboren zijn, tijdens de zwangerschap ontstaan of bij de geboorte of door een ziekte of ongeval veroorzaakt worden.
Verschillende soorten beperkingen
Mensen met een verstandelijke beperking hebben een IQ lager dan 70, wat ruwweg overeenkomt met een ontwikkelingsleeftijd van een kind tussen 7 en 12 jaar oud. Hierdoor kunnen ze minder goed functioneren op conceptueel, sociaal en praktisch vlak. Zo leren ze nieuwe vaardigheden maar moeilijk aan, zoals taal, lezen, schrijven, abstracte begrippen, … (conceptueel vlak). Interactie met anderen gaat dikwijls moeizamer omdat ze minder inzicht hebben in ongeschreven gedragsregels. Ze beseffen vaak niet wat anderen denken, voelen en ervaren, herkennen expressies niet, … (sociaal vlak). Ook het leervermogen en zelfmanagement in verschillende levenssituaties verlopen meestal niet zoals bij een normale ontwikkeling, bijvoorbeeld wat betreft zelfzorg, geldbeheer, vrijetijdsbesteding, … (praktisch vlak).
Een voorbeeld: het syndroom van Down
Een fysieke beperking is een stoornis aan het bewegingsapparaat: het orgaansysteem dat ervoor zorgt dat mensen zich kunnen voortbewegen. Zo’n fysieke beperking bemoeilijkt, beperkt of houdt de handelingen van het lichaam (deels) tegen. Ook zintuigelijke beperkingen vallen hieronder.
Enkele voorbeelden: de afwezigheid van een ledemaat (vanaf de geboorte of door amputatie), spierspasticiteit, een verlamming van een of meerdere ledematen, blind- en doofheid, ...
Een meervoudige beperking is een verstandelijke beperking in combinatie met een fysieke beperking en/of gedragsproblemen.
Wat eten mensen met een beperking best?
Personen met een beperking zijn gebaat bij gezonde voedingsgewoontes, zoals beschreven bij de voedingsdriehoek. Maar er zijn extra aandachtspunten, afhankelijk van de problematiek. De voedingsbehoefte kan sterk verschillen van individu tot individu. Bijvoorbeeld door een verhoogd of eerder laag energieverbruik, verhoogde behoefte aan eiwitten (doorligwonden), beperkte bewegingsmogelijkheden, slik- en kauwproblemen, nood aan klinische voeding (bv. sondevoeding) of aangepast eetgerei (bv. bestek met verdikt handvat, neusuitsparingsbeker, anti-tremorbeker). Bovenstaande problemen gaan vaak gepaard met andere aandoeningen, zoals diabetes type 1 of type 2, nierproblemen, intoleranties of allergieën.
Afhankelijk van het type en de ernst van de beperking is aangepast voedingsadvies nodig. Meestal krijgen personen met een beperking hiervoor begeleiding via hun netwerk (arts, diëtist, logopedist, kinesist, … van de school of instelling) en worden hun voeding en eetmaterialen aangepast. Als dat niet zo is of bij nood aan extra begeleiding door bijvoorbeeld sport op een hoger niveau, kunnen ze een gespecialiseerde gezondheidsprofessional inschakelen.
Aan de slag met voedingsadvies voor mensen met een beperking
Gezond eten is al eens makkelijker gezegd dan gedaan. Ons eetgedrag wordt immers door allerlei factoren bepaald. Je hebt competenties (kennis/weten en vaardigheden/kunnen) nodig, zoals weten wat gezonde voeding en bereidingswijzen zijn, een menu opstellen, boodschappen doen, het eten bereiden, ... Je hebt ook de drijfveer (motivatie/willen) nodig om te kiezen voor gezonde voeding. En vooral moet het mogelijk en haalbaar/beschikbaar en betaalbaar zijn binnen de sociaal-politiek-culturele context (omgeving) waarin je leeft.
Wanneer aan deze drie voorwaarden is voldaan, wordt de kans op gezond eten volgens het Gedragswiel een pak groter. Samen beïnvloeden deze drie determinanten ons eetgedrag. Deze competenties, drijfveren en context zijn hefbomen naar een gezonde leefstijl. Wanneer er bepaalde competenties, drijfveren en/of contextfactoren ontbreken of een negatieve invloed hebben op een gezond gedrag of gedragsverandering, vormen ze drempels voor een gezonde leefstijl.
Ondersteun de drie factoren van een gezond eetgedrag bij mensen met een beperking, hun omgeving en jezelf als professional.
1 / Competenties (kennis/weten en vaardigheden/kunnen):
onvoldoende voedselvaardigheden kunnen leiden tot ongezonde voedingskeuzes. Je hebt enerzijds psychosociale competenties, zoals kennis over gezond eten, kritische vaardigheden (bv. omgaan met informatie over gezonde voeding, eigen eetgedrag kunnen reguleren, ...) en interactieve vaardigheden (bv. omgaan met groepsdruk) nodig. Anderzijds zijn ook lichamelijke competenties essentieel, zoals voedingsmiddelen bereiden, keukenmateriaal hanteren, recepten lezen en begrijpen, ...
2 / Drijfveren (motivatie/willen):
bewuste motivatie om gezond(er) te eten vanuit kennis, uitkomstverwachtingen (bv. niet willen bijkomen), risicoperceptie (bv. betere suikerspiegelwaardes willen) en eigen-effectiviteit (vertrouwen dat je eigen competenties hebt om gezond te eten). Daarnaast heb je ook nog de onbewuste motivatie, zoals emotioneel eten (gelinkt met de (mogelijke) beperkte impulscontrole van mensen met een licht verstandelijke beperking) of nudges (subtiele duwtjes die, via kleine aanpassingen in de omgeving of in communicatie, ons gedrag richting gezonde keuzes kunnen sturen).
3 / Context (omgeving):
er zijn vier aspecten die ons gedrag binnen de context kunnen beïnvloeden: fysieke aspecten (o.a. beschikbaar, toegankelijk en bereikbaar zijn van het voedingsaanbod), sociaal-culturele aspecten (o.a. gewoontes en tradities, sociale normen, culturele invloeden), economische aspecten (voedingsbudget) en politieke aspecten (regels en afspraken bv. binnen de voorziening en voedingswarenwetgeving).
Werk volgens een mix van strategieën
Werk je met mensen met een beperking en wil je hen helpen om betere voedingskeuzes te maken? Gezien het belang van de samenhang van de verschillende determinanten die ons eetgedrag bepalen (Gedragswiel), zet je best in op een mix van strategieën: van educatie en afspraken tot omgevingsmaatregelen en begeleiding (gezondheidsmatrix). Die combinatie van strategieën speelt in op de verschillende determinanten die eetgedrag op meerdere niveaus bepalen.
Andere strategieën
Strategie voor educatie, zorg en begeleiding Open
Strategie voor vormgevingsinterventies, afspraken en regels Open
Maaltijdomkadering
Een goede maaltijdbegeleiding start bij het begeleiden van bewoners naar hun plaats aan tafel. Verder zijn de volgorde en het tempo van bediening en de communicatie over en tijdens de maaltijd belangrijk.
Let er ook op dat mensen een goede houding aannemen. Zorg ervoor dat ze recht voor de tafel kunnen zitten, dicht genoeg en met bord, bestek en glas binnen handbereik. Best zo rechtop mogelijk, met een buiging in de heup en niet in de rug. Ook wanneer mensen in een rolstoel zitten of in bed moeten eten. Als er hoofdondersteuning nodig is, zorg dan dat de kin lichtjes richting borst wijst, dit is een veiligere slikhouding. Gebruik waar nodig een (positionerings)kussen.
Omkadering en hulpmaterialen Open
Comfort Open
Meer weten?
- Raadpleeg je huisarts of diëtist, ergotherapeut, logopedist of kinesist binnen het bestaande netwerk (school, instelling) voor persoonlijk advies.
- Een diëtist die opgeleid is om te werken met volwassenen en kinderen met een mentale en meervoudige beperking vind je via de commissie Diëtisten Gehandicaptenzorg.
- Of doe een beroep op een gespecialiseerde vormingsorganisatie, zoals Pasform.