Heel wat voedingsmiddelen ondergaan een of andere bewerking vóór consumptie. Deze bewerkingen zijn niet noodzakelijk negatief (en soms zelfs noodzakelijk om redenen van b.v. voedselveiligheid).

Bewerkingen zoals versnijden, invriezen, koken, pasteuriseren en fermenteren kunnen bijvoorbeeld zorgen voor betere bewaarmogelijkheden (en dus veiliger voedsel en minder voedselverliezen), een betere vertering en een verhoogd gebruiksgemak. Enkele voorbeelden van gezonde bewerkte producten zijn volkoren brood, diepvriesgroenten of yoghurt. Ook een kant-en-klare maaltijd met een ruime portie groenten kan perfect evenwichtig zijn. 

Anderzijds kan het bewerken van voedsel ook nadelig zijn en de voeding minder gezond maken. In de literatuur wordt gesproken van ‘ultrabewerkt voedsel’. Het betreft veel gebruiksklare, industrieel bereide voedingsmiddelen en dranken bestaande uit verschillende ingrediënten. Veel gebruikte ingrediënten zijn onder meer suiker, geraffineerde bloem, palmolie (en andere vetten rijk aan verzadigde vetzuren)  en zout. Het gaat dan ook vaak om calorierijke producten die weinig of geen nuttige voedingsstoffen zoals vezels, vitaminen en mineralen bevatten. 

Ook veranderingen aan de structuur op zich kunnen een nadelig effect hebben, bijvoorbeeld op de bloedsuikerspiegel of op het gevoel van verzadiging. Kenmerkend voor dergelijke producten zijn de lange houdbaarheid, de aantrekkelijke smaak en het gebruiksgemak. Er wordt sterk ingezet op de reclame en marketing hiervan, bijvoorbeeld door middel van aantrekkelijke verpakkingen. Ze worden gemakkelijk overgeconsumeerd en nemen vaak de plaats in van weinig of niet-bewerkte voedingsmiddelen. Enkele voorbeelden: frisdranken, snoep, koekjes en andere zoete snacks, chips en andere zoute snacks, bewerkte vleeswaren.