Drie eenvoudige uitgangspunten vormen de wetenschappelijke basis voor de voedingsdriehoek.

De voedingsdriehoek is gebaseerd op een uitgebreide literatuurstudie en overleg met experts. Daaruit kwam naar voor dat een voedingspatroon rijk aan plantaardige en weinig of niet-bewerkte voedingsmiddelen de gezondste keuze is. Bovendien draagt dit bij tot milieuverantwoorde consumptie.

Vandaag eten veel mensen enerzijds te weinig plantaardige voedingsmiddelen (zoals groenten, fruit, volle granen …) en anderzijds te veel vlees en lege calorieën waarvan de voedingswaarde niet in balans is.

In het Westen hebben we bovendien de neiging om meer te eten dan nodig is en meer te kopen dan we op kunnen – met gezondheidsproblemen en voedselverlies tot gevolg.

De voedingsdriehoek vertrekt van volgende drie uitgangspunten:

  • Eet in verhouding meer plantaardige dan dierlijke voeding.
  • Eet en drink zo weinig mogelijk lege calorieën.
  • Vermijd voedselverlies en matig je consumptie.

1. Eet in verhouding meer plantaardige dan dierlijke voeding

Een overwegend plantaardig voedingspatroon vergroot de kans op een goede gezondheid het meest en heeft een lagere impact op het milieu. De Vlaming eet gemiddeld nog te veel vlees (vooral rood en bewerkt vlees) en te weinig voeding van plantaardige oorsprong.

Groenten en fruit (bij voorkeur van het seizoen), peulvruchten, volle granen en noten vormen de basis voor een gezond en milieuverantwoord voedingspatroon en staan daarom in de donkergroene zone van de voedingsdriehoek.

Een volledige omschakeling naar een vegetarisch of veganistisch voedingspatroon is niet noodzakelijk. Producten van dierlijke oorsprong hebben nog steeds een plaats in een gezond en milieuverantwoord voedingspatroon, maar minder vaak en in minder grote porties dan wat velen vandaag consumeren. De focus ligt daarbij vooral op het minderen van rood en bewerkt vlees.

Nieuwe alternatieven zoals insecten, kweekvlees, zeewier en algen zijn in volle ontwikkeling. Deze werden nog niet in onze aanbevelingen opgenomen, omdat de huidige consumptie en het aanbod zeer laag (of onbestaande) is. Er is ook meer onderzoek nodig vooraleer we uitspraken kunnen doen over hun gezondheidseffecten en milieu-impact.

2. Eet en drink zo weinig mogelijk lege calorieën

Lege calorieën zoals frisdrank, chips, koeken en alcoholische dranken staan in de rode bol buiten de voedingsdriehoek. Wat hebben deze producten gemeen? Ze leveren energie (calorieën), maar weinig of geen nuttige voedingsstoffen (vooral suiker en/of vet). Lege calorieën vullen wel, maar zijn niet voedzaam. Hoewel ze overbodig zijn, zitten ze toch sterk verankerd in onze voedingsgewoonten.

En we eten er al snel te veel van, omdat ze aantrekkelijk, overal verkrijgbaar en makkelijk te consumeren zijn. De Vlaming haalt gemiddeld een derde van zijn dagelijkse voeding uit de groep van lege calorieën. Helemaal schrappen is ook hier niet nodig, maar eet deze producten minder vaak en in kleine porties.

3. Vermijd voedselverlies en matig je consumptie

Het derde uitgangspunt rond voedselverlies en overconsumptie geldt als overkoepelend aandachtspunt bij de volledige voedingsdriehoek.

Door een overvloed aan voedsel hebben we de neiging om te veel te kopen. Daardoor eten we soms meer dan nodig, of moeten we voedsel weggooien. Gemiddeld gooit elke Vlaming jaarlijks maar liefst 37 kg voedsel en dranken weg. Om de milieu-impact van ons voedingspatroon te beperken, moet daar dus zeker (meer) op ingezet worden. Bovendien is het niet alleen belangrijk voor het milieu om niet meer te eten dan je lichaam nodig heeft, maar ook voor je eigen gezondheid.