De voedingsmiddelen in de driehoek zijn gegroepeerd volgens de voedingsstoffen of nutriënten die ze aanbrengen. Een voedingsmiddel is samengesteld uit verschillende voedingsstoffen. Ze hebben elk hun eigen functie. We onderscheiden twee grote categorieën: macronutriënten (komen in grote hoeveelheden voor) en micronutriënten (komen in kleine hoeveelheden voor).  

Macronutriënten

Dit zijn eiwitten, vetten, koolhydraten (inclusief voedingsvezels), alcohol en water. Op water na, leveren de macronutriënten een bepaalde hoeveelheid calorieën of energie per gram.

Alcohol is niet nodig in een evenwichtige voeding. Koolhydraten, vetten en eiwitten zijn wel essentieel en worden best in een bepaalde verhouding van de totale energiebehoefte (Energie%) ingenomen.

  • 15 Energie% eiwitten
  • Maximaal 30 - 35 Energie% vetten
  • Minstens 50 - 55 Energie% koolhydraten

Voor voedingsvezels wordt een aparte aanbeveling geformuleerd: de inname bij volwassenen zou gelijk aan of hoger moeten zijn dan 25 g per dag (bron: Hoge Gezondheidsraad 2016)

Bioactieve stoffen

Naast macro- en micronutrienten bevat onze voeding ook bioactieve stoffen. In tegenstelling tot voedingsstoffen zijn bioactieve stoffen niet essentieel voor het functioneren van het lichaam. Door hun functionele eigenschappen kunnen ze wel een gezondheidsbevorderend effect hebben. Voorbeelden van bioactieve stoffen zijn cafeïne, flavonoïden, fytosterolen, polyfenolen enz.