De kleuren in de voedingsdriehoek weerspiegelen het effect van de producten in die laag op je gezondheid. Zo zie je helemaal bovenaan ‘water’ staan. Water is cruciaal voor de vochtbalans van je lichaam. Daarom krijgt het voorrang boven alles.  De voedingsdriehoek zelf is onderverdeeld in drie zones: 

Donkergroen

Dit zijn voedingsmiddelen van plantaardige oorsprong, met een gunstig effect op de gezondheid: groenten, fruit, volle granen en aardappelen, maar ook peulvruchten, noten en zaden, plantaardige oliën (en andere vetstoffen rijk aan onverzadigde vetzuren). Probeer zoveel mogelijk de weinig of niet-bewerkte versie te kiezen. 

Voedingsdriehoek Laag Donkergroen

Lichtgroen

Dit zijn voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong met een gunstig, neutraal of onvoldoende bewezen effect op de gezondheid: vis, yoghurt, melk, kaas, gevogelte en eieren. Kies ook hier voor de weinig of niet-bewerkte variant. 

Lichtgroene Laag Voedingsdriehoek

Oranje

Dit zijn voedingsmiddelen van dierlijke of plantaardige oorsprong die mogelijk een ongunstig effect hebben op de gezondheid: rood vlees, boter, kokos- en palmolie (vetstoffen rijk aan verzadigde vetzuren). Deze producten bevatten wel nog enkele nuttige voedingsstoffen, bijv. ijzer in rood vlees, vetoplosbare vitaminen in boter.

Oranje Laag

Rood: de restgroep

Een vierde, rode categorie staat los van de driehoek. Dat zijn sterk of ultrabewerkte producten waaraan heel wat suiker, vet en/of zout is toegevoegd en waarvan het ongunstige gezondheidseffect voldoende overtuigend  werd aangetoond. Ze kunnen van dierlijke of plantaardige oorsprong zijn: bereide vleeswaren, frisdrank, alcohol, snoep, gebak, snacks, fastfood, … Ze bevatten weinig of geen nuttige voedingsstoffen en zijn dus  overbodig in een gezond voedingspatroon. Probeer ze dus niet te vaak en niet te veel te eten.

Rode Laag Voedingsdriehoek

Grijze zone

Producten afgeleid van de basisvoedingsmiddelen in het model worden niet visueel weergegeven. Het gaat in de meeste gevallen om basisvoedingsmiddelen die bepaalde bewerkingen hebben ondergaan (bijvoorbeeld fruitsap, wit brood) of waaraan suiker, vetstof of zout werd toegevoegd (bijvoorbeeld chocolademelk, gezouten noten). Door deze bewerking of toevoegingen zijn ze niet meer zo gezond als het basisvoedingsmiddel en krijgen ze niet de voorkeur. Ze behouden wel nog een zekere voedingswaarde en er is geen overtuigend bewijs voor een gezondheidsschadend effect. Deze producten worden dan ook niet beschouwd als ultrabewerkt en  horen daarom niet thuis in de rode categorie. We spreken van een ´grijze zone´.

De voedingsdriehoek: blijf in balans

Voor een gezond voedingspatroon eet je het best vooral zaken uit de bovenste groepen. En beperk je producten uit de rode bol zoveel mogelijk. Dat komt zowel jouw gezondheid als het milieu ten goede. Benieuwd naar meer? Duik dan in de voedingsmiddelenfiches

In de figuur zie je een beperkt aantal herkenbare voorbeelden – in weinig of niet-bewerkte variant. Afgeleide producten (zoals fruitsap, gesuikerde yoghurt, …) komen hier niet aan bod, maar je leest er wél over in de fiches . 

Overzichtstabel voedingsmiddelengroep

… (kleur) zone van de voedingsdriehoek: voorkeurGrijze zone: geen voorkeur maar ook geen restgroepRode zone = restgroep: zo weinig mogelijk
(kleur van de betreffende zone: donkergroen – lichtgroen of oranje)
Deze producten worden niet afgebeeld
Ultrabewerkte producten waaraan heel wat suiker, vet en/of zout is toegevoegd 
Voedingsmiddelen(groepen) afgebeeld in de voedingsdriehoekVaak producten afgeleid van de basisproducten in de voedingsdriehoek. Door de bewerking worden ze minder gezond dan oorspronkelijk bv.vb. door toevoeging van suiker of zout, door toevoeging vet (bv. ei – eiersla), door raffineren vb (bv. gesuikerde melkproducten, fruitsap, wit brood)Overbodig (geen nuttige voedingswaarde) of bewezen negatief voor de gezondheid
Weinig of niet bewerkte voedingsmiddelen Krijgen de voorkeurKrijgen niet de voorkeur maar horen ook niet thuis in de restgroep (nog een zekere voedingswaarde en geen overtuigend bewijs voor gezondheidsschadend effect).
Kunnen een tussenstap zijn van producten in de restgroep naar voedingsmiddelen uit de driehoek (bv. frisdrank – light frisdranken – (gearomatiseerd) water)

Veelgestelde vragen

Hoe werd de indeling en plaats van de voedingsmiddelengroepen bepaald? 

Bij de nieuwe voedingsdriehoek is de indeling en plaats van de voedingsmiddelen in het model in de eerste plaats gebeurd op basis van het effect op onze gezondheid. Dit gebeurde op basis van het beschikbare onderzoek naar het verband tussen het voedingsmiddel als geheel en effecten op de gezondheid. Als kwaliteitsvol onderzoek naar het effect van het voedingsmiddel als geheel ontbreekt, wordt dit beoordeeld op basis van de aanwezige voedingstoffen in het voedingsmiddel. 
In de tweede plaats is een opsplitsing gemaakt tussen voedingsmiddelen van plantaardige en van dierlijke oorsprong, als gecombineerd criterium voor gezonde en duurzame voeding. 

Door deze manier van indelen werden vijf zones gedefinieerd waarbinnen de verschillende voedingsmiddelengroepen hun plaats kregen, waardoor het soms noodzakelijk was voedingsmiddelen uit elkaar te trekken. In de vroegere ‘actieve voedingsdriehoek’ stonden bijvoorbeeld alle vetstoffen (olie, boter…) in één groep. Op basis van het verschil in effect op de gezondheid werden in de nieuwe voedingsdriehoek vetstoffen rijk aan onverzadigde vetzuren (donkergroene zone) apart van vetstoffen rijk aan verzadigde vetzuren (oranje zone) geplaatst. Hetzelfde geldt voor de eiwitrijke producten: vlees, vis, eieren en plantaardige alternatieven stonden vroeger in één groep, maar worden nu op basis van hun bewezen effect op gezondheid en duurzaamheidsaspecten verspreid over verschillende zones in het model.

Hoe kan je producten uit verschillende zones vergelijken

Per voedingsmiddelengroep is er op basis van het effect op gezondheid en de voedingswaarde een indeling gemaakt tussen een plaats in de voedingsdriehoek zelf (voorkeur), in de grijze zone (middenweg) of in de rode zone (restgroep). De indeling moet steeds per voedingsmiddel bekeken worden, en niet over de voedingsmiddelengroepen heen. 
De producten uit de grijze zone dienen steeds bekeken te worden t.o.v. producten in de voedingsdriehoek waarvan ze zijn afgeleid, ze zijn een minder goede keuze dan het oorspronkelijke product maar horen ook niet thuis in de rode zone. 

Waarom worden de grijze zones niet visueel voorgesteld? 

Bij de ontwikkeling van de voedingsdriehoek werden we bij gestaan door een groep onafhankelijke experten, waaronder experten inzake communicatie. Belangrijk is immers dat de aanbevelingen niet alleen correct, maar ook eenvoudig en goed te begrijpen zijn. Een model met te veel boodschappen creëert verwarring en is nooit helemaal compleet. Daarom werd er gekozen om de inhoudelijke informatie in de nieuwe modellen te beperken. Op basis van de inhoudelijke uitgangspunten werd een aantal prioritaire boodschappen gedefinieerd die door de modellen worden gevisualiseerd. Hierbij werd een minimaal aantal symbolen gebruikt om de verschillende groepen van voedingsmiddelen visueel weer te geven. De grijze zone niet weergeven is dus een bewuste keuze om het model zo eenvoudig mogelijk te houden en de belangrijkste boodschappen duidelijk naar voor te brengen.

Hoe weet je welke voedingsmiddelen in de grijze zone zitten? 

Producten uit de grijze zone zijn producten die afgeleid zijn van de basisproducten in de voedingsdriehoek. Ze hebben een bewerking ondergaan waardoor ze minder gezond worden dan oorspronkelijk. Denk aan de toevoeging van suiker of zout (bv. gesuikerde melkproducten, gezouten noten), de toevoeging vet (bv. eiersla), of het verwijderen van vezels (bv. fruitsap, wit brood). Om die reden krijgen ze niet de voorkeur. Toch horen ze ook niet thuis in de restgroep omdat ze nog een zekere voedingswaarde hebben en er geen overtuigend bewijs is voor gezondheidsschadende effecten. 
Enkele voorbeelden ter verduidelijking: 

Fruitsap behoort tot de grijze zone.

Het persen van fruit tot sap verandert de textuur en de vezels gaan grotendeels verloren. Het is beter om fruit in zijn ´vaste´ vorm te eten. Fruitsap is dus een minder goede keuze in vergelijking met een stuk fruit en behoort daarom niet tot de donkergroene zone. Het behoort ook niet tot de rode zone, want in vergelijking met frisdrank bevat fruitsap nog wel een kleine hoeveelheid vezels en vitaminen. 

Kippenwit en kalkoenham behoren tot de rode zone.

Er is overtuigend bewijs dat charcuterie en andere bewerkte vleeswaren het risico op darmkanker kunnen verhogen (meer nog dan vers rood vlees). De oorzaak van het verhoogd risico is nog niet volledig gekend, maar zou het gevolg zijn van de manier waarop het vlees bewerkt is: roken, pekelen, toevoegen van nitriet als bewaarmiddel. Dit geldt eveneens voor kippenwit en kalkoenham.

Waarom staan er geen aanbevolen hoeveelheden bij het model? 

De basis voor het formuleren van aanbevolen hoeveelheden, zoals je die in de vroegere actieve voedingsdriehoek zag, was de behoefte aan de verschillende nutriënten zoals aanbevolen door de Belgische Hoge Gezondheidsraad. 
Hiervoor wordt uitgegaan van de energie en voedingsstoffen die iemand nodig heeft bij middelmatige activiteit. Er is een verschil in energiebehoefte naargelang de leeftijd, geslacht en mate van fysieke activiteit. De aanbevelingen zijn opgesteld voor gezonde personen en gaan over de behoeften van de meerderheid van de Belgische bevolking. Ze zijn dus opgesteld voor een populatie en bedoeld als gemiddelde inname. 

Bij het vorige model ‘actieve voedingsdriehoek’ werd een spreiding van de behoeften weergegeven (geldig  vanaf een leeftijd van 6 jaar), bijvoorbeeld 5 tot 12 sneden brood per dag. De ondergrens is dus de aanbeveling voor kinderen vanaf 6 jaar, het gemiddelde geldt eerder voor vrouwen met een matige activiteit en de bovengrens voor mannen met een hoog activiteitsniveau. De aanbevelingen kunnen met andere woorden individueel sterk verschillen en om die reden werd beslist bij het beeld van de nieuwe voedingsdriehoek geen aanbevolen hoeveelheden meer weer te geven. 

In het nieuwe model wordt vooral ingezet op verhoudingen, enerzijds tussen plantaardige en dierlijke voedingsmiddelen en anderzijds tussen weinig of niet bewerkte en sterk bewerkte voedingsmiddelen: meer – minder – zo weinig mogelijk. Het klopt dat meer en minder relatieve begrippen zijn. Op individueel niveau is het echter het belangrijkste dat de noden van het lichaam gevolgd worden en er op een ontspannen manier met eten omgegaan wordt. Iemand die al veel groenten en fruit eet, moet niet nog meer hiervan eten; iemand die al weinig uit de restgroep eet, moet niet nog minder hiervan eten…. 

In de bijhorende informatie op deze website wordt wel advies voorzien over de consumptiefrequentie en over aanbevolen hoeveelheden op basis van geslacht en leeftijd. Voor kinderen vanaf 1,5 jaar gelden voorlopig deze aanbevelingen nog. De Hoge Gezondheidsraad voorziet in 2018 vernieuwde Food-Based Dietary Guidelines (= praktische aanbevelingen voor voedingsmiddelen). Als deze richtlijnen worden gepubliceerd, zullen ze ook op deze website worden aangepast.
Voor individuele aanbevelingen, bijvoorbeeld om medische redenen, bij vermageren, bij zwangerschap en borstvoeding, intens sporten, eetstoornissen, … is advies op maat door een professional aan te raden. Je kan bijvoorbeeld te rade gaan bij een diëtist of je huisarts.

Waarom oog voor duurzaamheid in de voedingsdriehoek?